Arbeid, een eigenaardig medicijn 

Door: Aart van der Gaag, boegbeeld en inspirator van Banenafspraak

Het was de titel van een boek van Hans Achterhuis uit 1984. Ik kocht het meteen, want aan arbeid heb ik immers mijn hele leven al mijn arbeid besteed.

Ik begon in 1975 in de ontwikkelingssamenwerking: hoog in de Andes arme boeren aan meer werk helpen door het opzetten van een coöperatie, een ‘sociedad agricola de interès social’. Voor het gemak: een sociale coöperatie van een aantal onteigende grootgrondbezitters. Later werkte ik in de werelden van de sociale werkvoorziening, de arbeidsvoorziening en het uitzenden, zowel sociaal als commercieel.

In al die banen geloofde ik in de heilzame werking van arbeid voor de mens. Ik heb het niemand ooit kernachtiger horen verwoorden dan Jules Theeuwes, betreurd hoogleraar van de UVA: ‘zelfs slecht werk is beter dan geen werk.’

En ook filosoof Hans Achterhuis gaf dat met zekere tegenzin toe. Uit allerlei studies bleek dat mensen er beter aan toe waren, zeker ook mentaal, wanneer ze werkten – in vergelijking met mensen die thuiszitten als gevolg van werkloosheid of ziekte.

Vandaar zijn omschrijving van arbeid als een eigenaardig medicijn.

Natuurlijk, ik begrijp ergens het eigenaardige. Arbeid is niet altijd een medicijn. Er is ook ziekmakend werk, door te veel stress, slechte arbeidsomstandigheden of zelfs gevaar. Dat moeten we niet accepteren en dat betekent dat er hard gewerkt moet blijven worden tegen uitbuiting, slechte arbeidsomstandigheden en onderbetaling.

Maar toch, werk geeft structuur aan je leven. Je houdt er sociale contacten aan over. Je gaat meer in jezelf geloven en je hebt -hopelijk- wat meer te besteden.

Als ik dat ergens heb gezien is dat de afgelopen 10 jaar wel, in mijn rol als boegbeeld bedrijfsleven voor de banenafspraak. Er zijn nu zo'n 86.000 meer mensen aan het werk dan toen we begonnen. Ik heb ze niet allemaal gesproken of gezien, maar best veel wel. Je hoefde maar in hun ogen te kijken om te weten dat ze er beter aan toe waren.

Maar ook de werkgevers profiteren: de werksituatie verbetert, het ziekteverzuim daalt, zelfs de productiviteit neemt toe. Al deze resultaten worden keer op keer opnieuw aangetoond, bijvoorbeeld in onderzoeken van Rabo Research of Accenture.

Dat vond ik trouwens ook al in de jaren zeventig, toen ik bij de Sociale Werkvoorziening werkte. Daar gold dit zowel voor medewerkers, die ‘binnen’ werkten als voor degenen die gedetacheerd werden.

Die sociale werkvoorziening moest echter dicht voor nieuwe mensen in het kader van de Participatiewet. Net zoals de toegang tot de Wajong gesloten werd voor mensen met arbeidscapaciteit. De banenafspraak was het alternatief: 100.000 nieuwe banen in het bedrijfsleven en 25.000 bij de overheid.

En nu geeft het kabinet 600 miljoen euro aan de SW - extra naast de 400 miljoen die er al stond om ze overeind te houden en ook om meer beschut werk te creëren.

Ik ben daar niet tegen, het is alleen zo jammer dat ze niet én-én doen. Er is onlangs een voortreffelijke kosten-batenanalyse van Berenschot verschenen onder auspiciën van Cedris en Divosa. 

Deze analyse laat duidelijk zien dat het loont om loonkostensubsidie breder in te zetten. Want het levert werkelijk aan alle kanten op: de overheid als subsidiegever, de werkgever én de werknemer.

Met het succes van de banenafspraak tot nu toe (de resultaten worden nu iets minder door gebrek aan kandidaten en grote terugloop detacheringen vanuit de SW) zou het niet zo moeilijk zijn om een paar honderd miljoen euro extra te investeren, want dat is het goede woord. Het is een investering en het levert aan alle kanten op. Met rente!

Maak de doelgroep breder, de maatregelen eenvoudiger en de overheidsdienstverlening beter, en de werkgevers staan klaar om niet 100.000, maar 200.000 mensen met zekere achterstand te ontvangen. De huidige arbeidsmarktkrapte helpt daar ook nog eens aan mee.

De beide maatregelen zouden elkaar zelfs kunnen helpen wanneer de SW weer meer mensen zou kunnen detacheren naar het bedrijfsleven en de overheid. Het oude probleem van de sociale werkvoorziening, geen doorstroming vanuit de SW naar de ‘reguliere arbeidsmarkt’, zou daardoor sterk verminderd kunnen worden.

Kortom, op 1 mei, de Dag van de Arbeid, geloof ik na vijftig jaar werkzaam te zijn geweest nog steeds dat arbeid een heel gezond middel is tegen veel menselijke problemen, dat het eigenwaarde geeft en zelfs plezier.

Aart van der Gaag is namens de werkgeversorganisaties boegbeeld en inspirator van Banenafspraak

De eerste Jan Troost-lezing: Inclusie is de norm in 2040

Door: Hilde den Exter (begeleider passend onderwijs) en Thomas Bersee (adviseur educatie en participatie)
Foto: Henja Kooijman

Jan Troost (1958-2023) was het boegbeeld van de patiënten- en gehandicaptenbeweging. Hij was en is een grote inspiratiebron voor iedereen die opkomt voor de belangen van de ongeveer 2 miljoen mensen in Nederland met een beperking of chronische ziekte. Te zijner nagedachtenis initieerde Ieder(in) de jaarlijkse Jan Troost-lezing. Op 22 april werd de eerste lezing gehouden door zijn dochter Jeske.

Jeske (27 jaar) sprak voor een volle zaal met bestuurders, beleidsmakers en andere betrokkenen over haar droom van een inclusieve wereld die in 2040 dagelijkse realiteit zou zijn. In de huidige maatschappij worden mensen met een beperking op zoveel gebieden buitengesloten dat vaak voor hen de maatschappij niet meer is dan een vage herinnering. In de ideale wereld zou diversiteit niet alleen worden getolereerd maar de norm zijn. Dit in het besef dat iedereen verschillend is, maar dat we allemaal mensen zijn. Iedereen zou de kans krijgen om volwaardig mee te doen en zijn volledige potentieel te bereiken. Ieders unieke bijdrage zou worden gewaardeerd en gevierd.

“In 2040 zien we een wereld waarin papa’s visie werkelijkheid is geworden.”

In warme herinnering keek Jeske terug op de visie en het activisme van haar vader. Zij vertelde ook over de uitdagingen die zij zelf in haar eigen leven tegenkomt. Jeske is geboren met dezelfde beperking als haar vader (‘broze bottenziekte’). Zij is afhankelijk van een rolstoel en twee hulphonden en moet minimaal 21 uur per dag platliggen. Tijdens de lezing ging ze in op de onderwerpen onderwijs, zorg en werk. Tot slot sprak ze over de beoogde ‘Jan Troost-brug’ in Nijmegen.

Onderwijs

De inclusieve wereld begint met onderwijs waarin kinderen van allerlei soorten en maten samen met elkaar opgroeien. Zelf lukte het Jeske om binnen het reguliere onderwijs haar havodiploma te behalen. Dit met veel aanpassingen en de steun van haar ouders en haar ambulant begeleider. Op school zagen ze haar niet als een lastige medische casus maar als leerling met haar kunnen en ambities. Er werd naar haar geluisterd, met haar meegedacht en voor haar gevochten. Ze voelde zich er thuis en kon er ‘écht’ Jeske zijn. In 2040 zou het hele onderwijs zo moeten zijn zoals dat ook voor Jeske was.

“In 2040 is gehandicapt zijn niet langer een fulltimebaan door alle ‘paarse krokodillen’ die overwonnen moeten worden.”

Zorg

De zorg is nog te weinig ingespeeld op mensen met specifieke beperkingen. Iemand steunkousen aantrekken gaat nou eenmaal anders bij iemand met broze botten of spasmes. Hechtingen verwijderen bij iemand met downsyndroom vereist een andere aanpak en dat geldt ook voor iemand douchen die doof of slechthorend is en hoortoestellen heeft die niet nat mogen worden. Ook zijn wachtkamers en medische apparatuur soms niet toegankelijk. Zelfs gloednieuwe innovatieve CT- en MRI-scans zijn te hoog, te krap of niet toegankelijk met een rolstoel. Bovendien is de zorg gefragmenteerd. Mensen met gecompliceerde medische klachten worden behandeld door verschillende specialisten in vaak verschillende ziekenhuizen. Dit leidt tot een gebrek aan coördinatie en samenwerking tussen de zorgverleners, waardoor er cruciale dingen over het hoofd worden gezien. Zo werd er in het geval van haar vader bij een herseninfarct aanvankelijk gedacht aan een botbreuk. In 2040 zou elke patiënt zorg op maat moeten krijgen met daarbij een goede onderlinge afstemming van de diverse specialismes.

“Wat mensen vaak vergeten, is dat het bij toegankelijkheid niet alleen draait om stoepjes of te smalle deuren.”

Werk

Sinds haar achttiende heeft Jeske een Wajong-uitkering en ze is daar heel dankbaar voor. Thuis vanuit bed kan ze met een laptop werken, zoals zoveel mensen dat deden tijdens de coronapandemie. Ze heeft goede dagen waarop ze productief is, maar ook slechte dagen waarop ze niets kan. Ze zou graag (voor een deel) haar eigen geld verdienen, al was het maar voor een paar uurtjes per week. Vanwege de huidige regelgeving is dat razend ingewikkeld. In 2040 zou er volop flexibel werk voorhanden moeten zijn waarbij mensen thuis kunnen werken en met begrip van hun werkgever zelf hun uren kunnen bepalen en indelen. Hierbij is het gewenst dat uitkering en fluctuerende eigen verdiensten soepel georganiseerd zijn, en er geen angst is om uit de regeling te vallen.

“Ik wil graag bijdragen aan de maatschappij en hoop op een eerlijke beloning, ook als dat maar twee uurtjes per week is.”

Jan Troost-brug

In Nijmegen is jarenlang gepraat over het plaatsen van een nieuwe brug in de Waalhaven. Jan Troost vocht ervoor om deze brug met een lift te voorzien om deze ook toegankelijk te maken voor álle mensen, maar de gemeente vond de kosten daarvoor te hoog. Na een paar jaar pressie en gesoebat in de gemeenteraad werden alle partijen het uiteindelijk met elkaar eens: de inclusieve brug komt er! In de raad werd zelfs gezegd: “dit was de allerlaatste keer dat we hebben gediscussieerd over inclusie. Vanaf nu zijn alle plannen inclusief, geen enkel niet-toegankelijk bouwwerk komt Nijmegen meer in vanaf dit moment.” Laat Nijmegen hierin een voorbeeld zijn voor alle gemeenten. Hoe de brug officieel zal heten is nog niet bekend, maar in de volksmond wordt nu al steevast gesproken van de Jan Troost-brug.

klik hier voor de volledige lezing

Ieder(in) is het netwerk van belangenbehartigers voor, door en met mensen met een beperking.

Uit armoede: ontmoet en ervaar

25 april speciaal voor profesionals: raakt jouw werkveld aan het onderwerp armoede?

In Stedelijk Museum Schiedam is tot en met 9 juni 2024 de tentoonstelling Uit armoede. Kunst, geschiedenis en verhalen te zien. Hierin staan de verhalen van elf Schiedamse ervaringsdeskundigen op het gebied van armoede centraal. Op donderdag 25 april 2024 bezoek je de tentoonstelling samen met ervaringsdeskundigen én maakt het interactieve theater van Poverty Escape Rotterdam het onderwerp direct invoelbaar.

  • Datum en tijd: 25 april van 9.30-11.30 uur, inloop vanaf 9.00 uur
  • Locatie: Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, Schiedam
  • Ticket: € 7,50 + museumentree
  • Aanmelden via eventbrite

  • Programma

    9.00 - 9.30: Inloop, koffie/thee
    9.30: Welkom door Stedelijk Museum Schiedam en ervaringsdeskundigen
    9.40 - 10.30: Poverty Escape met nagesprek
    10.30 - 11.30: Bezoek aan tentoonstelling Uit armoede met ervaringsdeskundigen
    11.30: Einde event, mogelijkheid tot stellen van vragen
    (Lunch en verder bezoek aan museum op eigen gelegenheid)

    Voor meer info, zie stedelijkmuseumschiedam.nl/uit-armoede-ontmoet-en-ervaar

    Hoe De Buurtkok strijdt tegen gezondheidsverschillen

    Gezondheid is een belangrijk goed, maar helaas is het niet voor iedereen even vanzelfsprekend. In Nederland zijn er grote gezondheidsverschillen tussen verschillende bevolkingsgroepen. Mensen met een lager inkomen of een lagere opleiding leven gemiddeld korter en in minder goede gezondheid dan mensen met een hoger inkomen of een hogere opleiding. Deze ongelijkheid in gezondheid is een complex probleem dat diep geworteld is in de maatschappij.

    Waarom gezonde boodschappen vaak duurder uitvallen dan ongezonde varianten, blijft een raadsel. De schappen van supermarkten puilen uit van de ongezonde gemaksvoeding, terwijl zogenaamde gezonde opties vaak vol zitten met verborgen vetten, suikers of zouten, plus toevoegingen om de smaak en houdbaarheid te verbeteren.. Hierdoor wordt het maken van gezonde keuzes een flinke uitdaging. Zeker voor mensen met een kleine portemonnee.

    Bij De Buurtkok zijn we ons bewust van deze gezondheidsverschillen en zetten we ons dagelijks in om hier iets aan te doen. Ons doel is niet alleen om gezonde maaltijden te verstrekken, maar ook om de gezondheid en het welzijn van de gemeenschap te bevorderen, ongeacht iemands sociaal-economische achtergrond. De Buurtkok is er voor iedereen.

    Onze missie

    Alles wat we doen bij De Buurtkok staat in het teken van het bevorderen van gezondheid en welzijn door middel van voeding. We geloven dat goed eten de basis vormt voor een gezond en gelukkig leven. Daarom streven we ernaar om gezonde maaltijden toegankelijk te maken voor iedereen, ongeacht de financiële situatie. Wij geloven namelijk dat iedereen recht heeft op goede voeding en dat we er samen voor kunnen zorgen dat gezonde maaltijden voor iedereen bereikbaar worden! Niet voor niets is onze slogan: ‘Goed voor elkaar’.

    ‘Goed voor elkaar’ kortingsprogramma

    Een van onze belangrijkste activiteiten is het verstrekken van gezonde maaltijden aan mensen die het financieel moeilijk hebben. Dit doen we tegen gereduceerde tarieven of zelfs gratis voor degenen die het echt nodig hebben, net zoals de Voedselbank. Mensen in de minima kunnen tegen kostprijs van de maaltijd mee-eten, zo lang het nodig is. Ze kunnen zich via www.debuurtkok.nl aanmelden voor ons ‘Goed voor elkaar’ kortingsprogramma. 

    De Buurtkok kan dit kortingsprogramma aanbieden door haar kosten als stichting zo laag mogelijk te houden en door de maaltijden ook voor een commerciële prijs te verkopen (tussen de 8 en 9 euro), via diverse verkooppunten in Noord-Nederland. Mensen die het zich kunnen veroorloven, betalen deze normale prijs voor de maaltijd en steunen daarmee tegelijkertijd een buurtgenoot die van een minimaal budget moet leven. Van de kleine winstmarge op de maaltijden betalen we onze koks, de vaste lasten van de stichting én de maaltijden die we wekelijks schenken aan de Voedselbank. Wanneer je dus voor de gewone prijs mee-eet, steun je automatisch het goede doel. Een maaltijd voor een maaltijd dus!

    Sociale verbinding en gemeenschapszin

    Naast het verstrekken van maaltijden streven we bij De Buurtkok ook naar het versterken van sociale verbindingen en gemeenschapszin. We organiseren regelmatig sociale activiteiten zoals kookworkshops, kook- en smaaklessen, etentjes en andere bijeenkomsten voor kwetsbare groepen, kinderen en vrijwilligers. Op deze manier creëren we een warme plek waar mensen zich thuis voelen en zich kunnen ontwikkelen door te leren van elkaar.

    Educatie en bewustwording

    Een ander belangrijk aspect van ons werk is educatie en bewustwording rondom voeding en gezondheid. Binnen ons Erkend Leerbedrijf bieden we voorlichting, stages en workshops aan over koken op budget, gezonde voeding en bewust(er) leven. Door mensen bewust te maken van het belang van goede voeding en ze te leren hoe ze hun lichaam kunnen voeden in plaats van vullen, hopen we een positieve verandering teweeg te brengen in hun levensstijl en gezondheid.

    Samenwerking en lokale betrokkenheid

    Bij De Buurtkok geloven we in samenwerking en lokale betrokkenheid als sleutel tot succes. We werken samen met lokale boeren, producenten en leveranciers om verse, biologische en lokale ingrediënten te gebruiken in onze maaltijden. Daarnaast hebben we nauwe banden met andere sociale initiatieven, het sociaal domein, welzijnsorganisaties en gemeenschapscentra in de buurt om onze impact te vergroten en gezamenlijk te strijden tegen gezondheidsverschillen. En inmiddels telt ons team maar liefst 35 enthousiaste vrijwilligers die, net als wij, geloven dat we samen meer impact kunnen maken dan alleen!

    Doe mee!

    Wil je ook een steentje bijdragen aan de missie van De Buurtkok en gezondheidsverschillen verkleinen? Kijk op onze website hoe je ons kan steunen, bijvoorbeeld financieel of door je aan te sluiten bij ons vrijwilligersteam. Voel je ook vrij om je aan te melden voor het ‘Goed voor elkaar’ kortingsprogramma via onze website, als je onze hulp goed kunt gebruiken en voor een kleine prijs mee wilt eten.

    Meer weten over De Buurtkok? Neem contact met ons op via info@debuurtkok.nl. Samen staan we sterker in de strijd tegen gezondheidsverschillen!

    Werken aan gezondheid: begin bij het ontbijt

    Door: Linda van Zonsbeek, Nationaal Schoolontbijt

    Je bent net wakker geworden en je lijf moet nog opstarten. Door gezond te ontbijten, breng je de spijsvertering op gang en geef je je lichaam de energie en de voedingsstoffen die het nodig heeft. Kinderen hebben dat nodig om te spelen, te leren en op te letten in de klas. Ook volwassenen hebben energie nodig om de dingen te doen die ze moeten doen.

    Ook op de langere termijn zijn er belangrijke voordelen van een gezond ontbijt. Uit onderzoek blijkt dat het ontbijt samenhangt met een lager risico op overgewicht en obesitas. Kinderen en jongvolwassenen die regelmatig ontbijten, maken vaak betere voedingskeuzes, hebben een lagere Body Mass Index en een hogere kwaliteit van leven. Het is dus niet meer dan logisch om de dag te starten met een gezond ontbijt. Een volkoren boterham bijvoorbeeld, met halvarine en 100% pindakaas, een appel en een ei erbij en een glaasje halfvolle melk of een kopje thee.

    Door gezond te ontbijten, geef je je lichaam de energie en de voedingsstoffen die het nodig heeft.

    Zonder ontbijt naar school

    Het Nationaal Schoolontbijt vraagt al jaren aandacht voor het belang van een goed ontbijt én educatie daarover. En dat blijft hard nodig. Want helaas is geldgebrek een reden om minder vaak of gezond te ontbijten. In Nederland leven ruim 900.000 mensen in armoede, waaronder 221.000 kinderen. Dat brengt het risico met zich mee dat ze zonder ontbijt naar school gaan. Leerkrachten zien dat ook gebeuren. Kinderen die in slaap vallen in de klas, en zich niet goed kunnen concentreren.

    Uit onderzoek van het Nationaal Schoolontbijt – de Ontbijtmonitor – blijkt dat 10% van de ouders geen of onvoldoende geld heeft voor een (gezond) ontbijt. De kans is groot kans dat dat percentage in werkelijkheid hoger ligt. Armoede brengt schaamte met zich mee, waardoor sommigen een drempel voelen om erover te praten of eten bij de Voedselbank op te halen.

    Gezond ontbijten verdient aandacht

    Uit de Ontbijtmonitor blijkt dat 4 op de 10 kinderen tijdens het ontbijt meer aandacht heeft voor een schermpje, bijvoorbeeld een smartphone of de tv, dan voor het ontbijten zelf. En dat terwijl het juist goed is om te tijd te nemen voor je ontbijt, en met aandacht te eten. Te veel afleiding kan ervoor zorgen dat je makkelijker te veel eet of niet goed registreert dat je aan het eten bent. Gezellig én gezond ontbijten doe je daarom het beste aan tafel, met aandacht voor elkaar en het ontbijt!

    Je ziet ook verschillen in ontbijtgedrag tussen gezinnen in lagere en hogere sociaaleconomische klassen. 22% van de gezinnen in de hogere klasse kijkt tv tijdens het ontbijt, ten opzichte van 45% in de lagere klassen. Aan tafel ontbijten gebeurt minder bij gezinnen in lagere sociaaleconomische klasse dan bij de hogere (62% versus 73%). Voor (meer) energie, betere concentratie en minder stress is het voor kinderen belangrijk dat ze gezond en met aandacht eten. Dit toont onderzoek van het Jeugdeducatiefonds aan naar aanleiding van hun programma Schoolmaaltijden, en dat geldt ook voor het ontbijt.

    De droom: een gezond ontbijt, elke dag en voor ieder kind

    Er is nog veel verbetering mogelijk die kan bijdragen aan het verminderen van gezondheidsverschillen tussen kinderen. En dat begint dus al in de ochtend, bij het ontbijt. Daarom blijft het Nationaal Schoolontbijt zich inzetten voor haar droom, door kinderen te leren én te laten ervaren wat een gezond ontbijt is en wat het met je doet. Het gehele jaar is er online lesmateriaal beschikbaar op www.ontbijtaandebasis.nl. Bovendien kunnen scholen kunnen zich aanmelden om in de speciale ontbijtweek in november gezond te ontbijten in de klas. Het Nationaal Schoolontbijt levert ontbijtpakketten boordevol lekkere en gezonde ontbijtproducten, gebaseerd op de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Zo leren de kinderen iets over gezond ontbijten en inspireren we hopelijk ook hun ouders om weloverwogen keuzes te maken tijdens het boodschappen doen.

    Een feestje als ontbijt

    Ook organiseert het Nationaal Schoolontbijt het Burgemeestersontbijt in oktober. Extra speciaal, want dan schuiven kinderen aan (de raads)tafel bij de burgemeester van hun gemeente. Zo kan een burgemeester in een ontspannen sfeer bij zijn jongste burgers benadrukken hoe goed gezond ontbijten voor kinderen is.

    Samen maken we meer impact

    Het Nationaal Schoolontbijt kan rekenen op steun van (lokale) bakkers, verschillende leveranciers van gezonde ontbijtproducten en maatschappelijk partners zoals het Voedingscentrum en de Maag Lever Darm Stichting. En gelukkig zijn er steeds meer organisaties die zich inzetten voor goede voeding, dit meenemen in hun beleid of onder de aandacht brengen in de wijk. Mocht jij ook zo’n rol hebben, vergeet dan ook het belang van een gezond ontbijt niet, of wijs leerkrachten, professionals, ouders en gemeentes op het Nationaal Schoolontbijt. Zo zetten we ons samen in voor onze droom en dragen we gezamenlijk bij aan minder gezondheidsverschillen, zelfs al bij de jongsten onder ons!

    Meer informatie vind je op www.schoolontbijt.nl of bekijk het online lesmateriaal op het aparte platform www.ontbijtaandebasis.nl.   

    Jongeren ervaren steeds meer geldstress

    Foto: Marisca Rozeveld-Germs (links) en Ingrid Zondag (rechts) en de posters die speciaal zijn ontworpen voor de campagne OGGG.

    Door: Marisca Rozeveld-Germs en Ingrit Zondag, projectleiders van de Gemeentelijke Kredietbank

    Steeds meer jongvolwassenen hebben te maken met geldstress en schulden. Dit heeft een grote impact op hun leven. De financiële druk geeft hun minder controle over hun leven waardoor er weinig ruimte overblijft voor toekomstperspectief. Dit heeft de Volkskredietbank in Appingedam geïnspireerd om een projectplan op te stellen om aandacht te vragen voor deze problematiek. Mijn collega Ingrit Zondag en ik droegen hier graag aan bij. Daarom leiden we een project dat is gericht op het voorkomen en oplossen van schuldenproblematiek onder jongeren.

    Oost-Groningen Geld Geletterd

    De lancering van de schulden- en preventiecampagne ‘Oost-Groningen Geld Geletterd’ (OGGG) is bedoeld om het bewustzijn rondom geldstress en schulden onder jongeren te vergroten. In Oost-Groningen zien we deze problemen steeds groter worden. Veel jongeren groeien op in een omgeving waar veel generatiearmoede heerst. Dit is een belangrijke reden voor de zes gemeenten in Oost-Groningen om de handen ineen te slaan.

    Zelf zijn wij als projectleiders werkzaam bij de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) in Assen en werken samen met het projectteam OGGG van de VKB in Appingedam en de Kredietbank Midden-Groningen. De zes deelnemende gemeenten aan de OGGG zijn Veendam, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Westerwolde en Midden-Groningen.

    Het decor van de schulden- en preventiecampagne 'Oost-Groningen Geld Geletterd'. Op de bank zitten de bankgasten, twee ervaringsdeskundigen en een financieel expert van de GKB. Rechts zitten de theaterspelers van het Jeugdtheater Garage TDI.

    TikTok Tammo

    Samen met ons projectteam hebben we de campagne breed gepromoot, waarbij we nauw hebben samengewerkt met de gemeenten, ketenpartners en inwoners. Verschillende aspecten van de campagne OGGG kregen veel aandacht, waaronder de banktalkshow. Deze show, waarbij het onderwerp geld centraal staat, omvat bankgesprekken met ervaringsdeskundigen en financieel experts, straatinterviews, theatersketches en muziek.

    Ook is er tijdens de show een optreden van TikTok Tammo. De Groningse influencer is erg populair onder jongeren, waardoor we het bereik verder kunnen vergroten. We hebben nog een paar shows te gaan en we zijn nu al enorm trots op de impact die we hebben gemaakt in de gemeenten van Oost-Groningen. Een mooie bijkomstigheid is dat er lokale, regionale en zelfs landelijke media-aandacht aan de campagne is gegeven.

    Speciaal voor de campagne is er een jongerenpanel samengesteld. Het panel helpt ons bij het maken van allerlei keuzes en denkt mee over hoe we de doelgroep (17-26 jaar) het beste kunnen bereiken. Ook werken we nauw samen met ervaringsdeskundigen, waardoor de campagne een authentieke stem krijgt. De ervaringsdeskundigen delen hun persoonlijke verhalen over het opgroeien in generatiearmoede, de schaamte rondom schulden en het voortdurende gevoel van geldstress.

    Samenwerken met de Groningse influencer. Van links naar rechts: Marisca Rozeveld-Germs, Tik Tok Tammo en Ingrit Zondag.

    Maatwerkplan schuldhulpverlening

    Ook maken we ons hard voor een maatwerkplan schuldhulpverlening. De drie kredietbanken die de schuldhulpverlening en schuldpreventie voor de zes gemeenten verzorgen, zien een flinke stijging van hulpaanvragen van jongvolwassenen.

    De schuldhulpverleners en budgetconsulenten zien dat deze doelgroep veel aandacht nodig heeft tijdens een schuldhulpverleningstraject. We hebben ervaren dat het moeilijker is om de jongvolwassenen vast te blijven houden gedurende het traject. Zo hebben ze moeite om zelfstandig verschillende documenten aan te leveren en kunnen ze de periode van het gehele schuldhulpverleningstraject niet goed overzien.

    We zien bij de deelnemende gemeenten een duidelijke wens om structurele aandacht te besteden aan de financiële stress en schulden van hun inwoners. Dit biedt talrijke mogelijkheden om de lijn verder door te trekken en aan te sluiten bij een eventueel vervolg van de Regio Deal Oost-Groningen. De gemeenten erkennen dat de kredietbank veel expertise heeft op het gebied van schuldhulpverlening en schuldpreventie. Het samenvoegen van deze kennis met het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van de projecten levert natuurlijk een grote meerwaarde op!

    Naast het maatwerkplan schuldhulpverlening werken we aan meer projecten, maar daar vertellen Ingrit en ik in een andere blog graag meer over. Wordt vervolgd dus!

    Wat betekent het om te leven met te weinig geld? Dat is waar de nieuwe tentoonstelling ‘Uit armoede. Kunst, geschiedenis en verhalen’ in Stedelijk Museum Schiedam over gaat.

    Foto: Publiek tijdens de opening van de tentoonstelling Uit armoede in Stedelijk Museum Schiedam. Credits: Aad Hoogendoorn.

    Door: Stedelijk Museum Schiedam

    Ondanks dat Nederland tot de welvarendste landen van Europa behoort, leven er nog steeds honderdduizenden Nederlanders in armoede. Thema's als minimumloon en bestaanszekerheid halen regelmatig het nieuws, maar de mensen die het betreft komen zelden aan het woord. Voor hen is het leven met te weinig geld helaas dagelijkse praktijk. In een samenwerking tussen het Stedelijk Museum Schiedam en elf Schiedamse ervaringsdeskundigen worden hun verhalen gedeeld in de tentoonstelling Uit armoede. Kunst, geschiedenis en verhalen. De tentoonstelling is te zien van 27 januari tot 9 juni 2024.

    Op onconventionele en verrassende wijze belicht de tentoonstelling de verschillende gezichten van armoede. Via indringende verhalen en portretten van ervaringsdeskundigen, en door historische voorwerpen en kunstwerken uit de museumcollectie, wordt zowel het heden als het verleden van armoede in beeld gebracht. Het doel van de tentoonstelling is om mensen uit te nodigen om naar elkaar te kijken en te luisteren. ‘Wat betekent het om te leven met te weinig geld?’

    Zes hedendaagse kunstenaars verhouden zich tot armoede

    Speciaal voor deze tentoonstelling presenteren Maarten Bel, Koos Buster, Chantal van Heeswijk, Domenique Himmelsbach de Vries, Nour-Eddine Jarram en Studio Nadia Nena nieuw werk. De werken in de tentoonstelling zijn geïnspireerd op gesprekken met Schiedammers over de impact van armoede op hun leven. Via aquarellen, tekeningen, schilderijen en installaties geven zij vanuit een persoonlijk perspectief invulling aan de verbeelding van armoede in de hedendaagse samenleving.

    Schiedammers denken en werken mee

    Stedelijk Museum Schiedam ontwikkelt, bedenkt en maakt deze bijzondere tentoonstelling niet alleen. Het museum werkt zoveel mogelijk samen met Schiedamse ervaringsdeskundigen: Schiedammers die met te weinig geld leven en Schiedamse organisaties die zich met hart en ziel voor de inwoners inzetten. De thema's van deze tentoonstelling zijn samen met hun inspraak bepaald.

    Activiteiten tijdens Uit armoede

    Tijdens de loopduur van de tentoonstelling organiseert Stedelijk Museum Schiedam verschillende activiteiten in samenwerking de betrokken ervaringsdeskundigen en lokale partners. Het museum biedt vrijkaarten en gratis kinderfeestjes aan voor mensen die met te weinig geld moeten leven. Daarnaast krijgen mensen door een samenwerking met Heat & Eat in de museumkapel een gratis lunch of drankje. Het museum vormt een Menstruatie Uitgifte Punt (MUP) met gratis menstruatieproducten in de entreeruimte van het museum. Om meer bewustwording te creëren, organiseert het museum duo-rondleidingen voor groepen die zelf met te weinig geld leven. Deze worden gegeven door een museumdocent én een Schiedamse ervaringsdeskundige, die aan de tentoonstelling heeft meegewerkt.

    Kom in actie in de Stadsgalerij

    Wil jij iets doen aan armoede? Iemand helpen of zelf hulp krijgen? In de Stadsgalerij vind je tips en laten organisaties zien wat zij doen tegen armoede. Ook kun je meedoen aan Wenswerken, een creatieve actie van kunstenaar Maarten Bel. Heb jij een wens voor een product dat je niet kunt betalen, bijvoorbeeld een verjaardagstaart, stofzuiger of kinderfiets? Geef het door in de Stadsgalerij. Maarten Bel maakt tekeningen van wensen en verkoopt die in het museum. Met het geld voor de verkochte tekeningen koopt hij wat erop staat! Wie weet komt jouw wens uit.

    Mijn Schiedam

    Deze tentoonstelling is onderdeel van Mijn Schiedam, de maatschappelijke programmalijn waarmee Stedelijk Museum Schiedam samenwerkt met Schiedammers en Schiedamse organisaties. Partners: Stem zonder Gezicht, Stichting Net Niet Genoeg, DOCK, Leger des Heils Buurthuiskamer, Voedselbank Schiedam, Stichting Niemand Buiten Spel, De Kleine Ambassade en ‘t Zimmertje.

    De tentoonstelling Uit armoede. Kunst, geschiedenis en verhalen wordt mogelijk gemaakt dankzij bijdragen van Fonds Schiedam Vlaardingen, Mondriaan Fonds, Elja Foundation, ZOZ Fonds, De Groot Fonds, Madurodam Kinderfonds, J.E. Jurriaanse Stichting, G. Ph. Verhagen-Stichting, Stichting Opbouw Schiedam, VriendenLoterij Fonds, VSBfonds en Fonds21.

    Instantiekapitaal: de onzichtbare drempel tot hulp en erkenning

    Door: Aisa Amagir en Monique Kremer

    Mensen die te maken hebben met bestaansonzekerheid hebben vaak een sterke stapeling van problemen en zijn afhankelijk van verschillende overheidsinstanties. In de interacties met instanties moeten ze te vaak over ‘instantiekapitaal’ beschikken om de hulp te krijgen waar ze recht op hebben. Ook moeten ze de juiste kennis en vaardigheden hebben én de ‘juiste’ houding tonen. We moeten de verzorgingsstaat juist zo inrichten dat mensen niet zoveel instantiekapitaal meer nodig hebben.

    Bureaucratische kennis en vaardigheden

    In het kader van ons onderzoek voor het Kenniscentrum Ongelijkheid spraken we uitvoerig met 46 mensen die worstelen met een onzeker bestaan. Veel van hen hebben in hun dagelijks leven veel te maken met de overheid. Voor hen is de verzorgingsstaat een extra stressfactor geworden. Ze krijgen te maken met bureaucratische rompslomp, die ze als zeer belastend ervaren. Door de decentralisatie van de verzorgingsstaat hebben gemeenten veel taken overgenomen van de Rijksoverheid. Daardoor zijn er nog meer lagen van de overheid ontstaan waar mensen mee te maken krijgen. Nathalia (53), een chronisch zieke vrouw zegt: ‘je hebt er soms bijna een dagtaak aan, alleen maar om je dossier op orde te krijgen, terwijl er helemaal niet een persoon is die voor jou dat coördineert of zo’.

    Je hebt er soms bijna een dagtaak aan

    Het kost mensen heel wat tijd en moeite om bij de juiste regelingen uit te komen en uit te zoeken of zij hiervoor in aanmerking komen. Zij moeten voortdurend informatie zoeken, lezen, navragen. Niet iedereen heeft die kennis. Vaak weten mensen niet wat er van hen wordt verwacht, wat hun verplichtingen zijn. Dit heeft direct invloed op hun bestaanszekerheid. Steven, een 20-jarige mbo-student met een betalingsachterstand bij de zorgverzekeraar, illustreert dit als volgt: 'Mijn eigen risico, daar begrijp ik nog steeds niet alles van. Dat komt niet vanzelf. Ik had daar nog nooit over nagedacht… Je wilt er wel naar vragen, maar je gaat niet vragen over iets waarvan je niet weet dat het bestaat, toch?’

    Navigeren door het doolhof

    Het is vaak een zoektocht om de weg te vinden in het doolhof van regelingen en instanties. Het huidige (lokale) beleid legt de verantwoordelijkheid nog steeds vaak bij burgers om op het juiste moment in actie te komen en zelf alle benodigde stappen te nemen. Veel van onze respondenten blijken daarin best veel doenvermogen te hebben (WRR, 2017). Ze geven aan van alles op te zoeken, vooral online, wat tijdrovend en vermoeiend is.

    Veel van de mensen die wij spraken hebben specifieke hulp of ondersteuning nodig bij de weg vinden in het doolhof van de verzorgingsstaat. Ze hebben een maatschappelijk werker nodig om een ingewikkeld dossier bij de kredietbank in te dienen of ze maken gebruik van een budgetcoach op het ROC die in staat is goed te communiceren met andere hulpverleners. Voor mensen in kwetsbare posities is het inmiddels bijna onmogelijk om alleen de weg te vinden in de wirwarverzorgingsstaat. Maar eerlijk gezegd: professionals kunnen ook niet altijd de weg vinden. Ook zij hebben te maken met talrijke regelingen, ingewikkelde criteria en schotten tussen en zelfs binnen organisaties.


    Het is bijna onmogelijk om alleen de weg te vinden in de wirwarverzorgingsstaat

    De ‘juiste’ houding

    Veel van de geïnterviewden benadrukken dat ze in de interactie met professionals moeten beschikken over de ‘juiste’ houding. Het begrijpen van de verwachtingen en normen van de instanties is best ingewikkeld. Ook weten hoe je je het beste kan presenteren, weegt zwaar in het verkrijgen van de juiste ondersteuning. Ilyas (22), vluchtte op achtjarige leeftijd met zijn moeder (slachtoffer van het toeslagenschandaal) naar het buitenland. Dit heeft ingrijpende gevolgen gehad. Hij geeft aan dat hij zich anders voor moet doen om de juiste hulp te krijgen: ‘Ik merk gewoon dat het zo is, dat heeft m’n moeder me ook zo verteld. Dat je echt moet laten zien hoe slecht het met je gaat, zodat ze iets doen. Dus je moet het echt pushen. Ik ben niet echt een persoon die veel emoties laat zien, weet je. Dus ik zit niet te huilen voor ze, en te zeggen van ja, ik kan het echt niet meer, en dit en dat. Ik zeg gewoon hoe het is, weet je, en dan zien ze niet echt iets om te helpen.’

    De juiste houding betekent ook dat je zelf heel erg je best doet

    Mensen in kwetsbare posities moeten laten zien dat ze behoeftig zijn. Het past binnen het morele kader van veel professionals (en burgers) dat mensen pas steun verdienen als ze het echt heel erg hard nodig hebben. Kim ( alleenstaande moeder) zegt: ‘Ik heb zelfs een keertje getwijfeld of ik me anders moest gaan kleden of zo of andere schoenen aan moest doen, omdat ik op merkschoenen liep……Toen dacht ik: letten ze daar op? Ik ging gewoon twijfelen…. De juiste houding betekent ook dat je zelf heel erg je best doet. Dat jij er alles aan gedaan hebt. Van mensen wordt dus gevraagd om te laten zien dat ze de hulp heel erg hard nodig hebben én tegelijkertijd er zelf alles aan doen om hun leven op de rails te krijgen – een bijna onmogelijke combinatie.

    Mensen hebben soms het gevoel dat ze continu geinspecteerd worden door gemeente-ambtenaren of sociale professionals. Dit soort ervaringen kunnen leiden tot stress, schaamte, en gevoelens van onrechtvaardigheid en ongemak (Herd et al, 2023). Dit staat haaks op een systeem dat bedoeld is om mensen te helpen.

    De afhankelijkheid van 'instantiekapitaal'

    Mensen met een onzeker bestaan moeten over 'instantiekapitaal' beschikken om de benodigde regelingen te krijgen waar ze recht op hebben. Er zijn grote verschillen in het vermogen van mensen om met de complexiteit van de verzorgingsstaat om te gaan. Mensen moeten leren omgaan met instanties – de complexiteit van de verzorgingsstaat kunnen we nooit helemaal terugdringen. Maar het is nog belangrijker dat overheidsinstanties zich inspannen om de afhankelijkheid van instantiekapitaal te verminderen. Dit vereist een grondige herziening van het systeem, gericht op het verminderen van regels, instanties, lagen en het tegengaan van vooroordelen van professionals, met als doel een voorspelbaardere en toegankelijkere verzorgingsstaat.


    Meer informatie is te lezen in het onderzoeksmagazine Bestaanszekerheid begint bij een betrouwbare overheid, te vinden op de website van het Kenniscentrum Ongelijkheid.

    @ease: soms helpt het als iemand gewoon naar je luistert!

    ‘Het is de eerste keer dat ik hier over praat.’ ‘Ik wil m’n ouders liever niet lastigvallen, ze hebben het al moeilijk genoeg.’ ‘Nee, ik heb eigenlijk geen vrienden waar ik me OK bij voel.’ ‘Ik weet niet zeker of die problemen van mij wel erg genoeg zijn.’ ‘Ik ben bang dat het nooit stopt. Daar word ik wel wanhopig van soms.’ ‘Ik schaam me hiervoor. Ik durf niet naar de huisarts.’ ‘Eigenlijk voel ik me helemaal niet goed, maar dat laat ik niet merken.’

    Zomaar wat uitspraken die de vrijwilligers van @ease regelmatig horen van jongeren. Jongeren die niet zo lekker in hun vel zitten en behoefte hebben aan iemand om mee te praten. Het zijn vaak pittige gesprekken: grensoverschrijdend gedrag, concrete gedachten aan de dood of onveilige thuissituaties zijn helaas geen uitzonderlijke gespreksonderwerpen.

    Daarom is @ease er!

    We weten dat veel jongeren het moeilijk vinden om hulp te vragen, te vinden en te krijgen wanneer ze te maken hebben met psychische en sociale problemen. Schaamte, wachtlijsten, financiën, het zelf willen oplossen of geen klik voelen met een behandelaar spelen daarbij een rol. We weten ook dat praten over problemen helpt… Het voelt minder eenzaam en het kan erger voorkomen.

    Om die reden werd @ease ruim vijf jaar geleden opgericht door Prof. dr. Thérèse van Amelsvoort (psychiater en hoogleraar transitiepsychiatrie aan Maastricht University) en dr. Rianne Klaassen (opleider en kinder- en jeugdpsychiater bij Levvel Amsterdam). Een (inloop)plek waar jongeren een luisterend oor vinden bij leeftijdsgenoten: veilig, anoniem, zonder afspraak, gratis, zonder verplichtingen en evt. ook via chat. Is er meer hulp nodig, dan kunnen jongeren via @ease (online) therapie vinden of samen met onze vrijwilligers en professionals op zoek gaan naar meer ondersteuning in de buurt.

    Open-minded luisteren staat centraal bij @ease. We willen jongeren het gevoel geven dat hun verhaal belangrijk is, dat ze niet alleen zijn en dat ze veilig en in alle rust over hun problemen kunnen praten. Omdat veel van onze eigen vrijwilligers zelf heel goed weten hoe het is om psychisch niet goed in je vel te zitten, zijn ze ontzettend goed in staat om jongeren die ons bezoeken te woord te staan. Het voelt voor hen al snel ontspannen en normaal…alsof ze gewoon met vrienden praten. In dit filmpje vertellen onze eigen vrijwilligers hoe het werkt.

    We maken het @ease…

    We zijn er voor alle jongeren tussen 12 en 25 jaar die óf zelf een luisterend oor nodig hebben óf advies zoeken voor iemand anders. Ook jongeren die op een wachtlijst voor psychische hulp staan, ergens anders al zorg krijgen of juist al klaar zijn met therapie kunnen gewoon langskomen. Gesprekken bij @ease zijn gratis en kunnen zowel in het Nederlands als in het Engels gevoerd worden. De inhoud blijft anoniem en alles is bespreekbaar.

    Bij @ease praten jongeren met leeftijdsgenoten. Deze leeftijdsgenoten (vrijwilligers) worden goed getraind om écht naar onze bezoekers te kunnen luisteren en mee te denken als dat nodig is. Ze staan er niet alleen voor, want ze werken bij @ease samen met (zorg)professionals van lokale organisaties. Zij coachen de vrijwilligers ter plaatse of sluiten aan bij een gesprek. Achterwachtpsychiaters zijn telefonisch beschikbaar voor overleg en leggen - indien nodig - direct verbinding naar de lokale crisisdienst.

    Via een jongerenraad en wetenschappelijk onderzoek toetsen we doorlopend of we ook echt aansluiten op de behoeften van jongeren. De ervaringen bij @ease zijn zeer positief en laten zien dat deze ontspannen ‘peer-to-peer’ aanpak werkt. Bezoekers van @ease geven aan heel tevreden te zijn. Ze voelen zich echt gehoord en gesteund. Ook onze jonge (soms ervaringsdeskundige) vrijwilligers halen veel voldoening uit het feit dat ze van betekenis kunnen zijn voor anderen. Het vrijwilligerswerk zorgt ervoor dat ze onderdeel zijn van een hele fijne gemeenschap. In dit filmpje legt Deniece, vrijwilliger bij @ease Maastricht, uit hoe dat voor haar voelt.

    Maak het gemakkelijk en normaal

    Veel jongeren denken dat ze de enige zijn met bepaalde klachten. Bij @ease komen ze erachter dat dat niet zo is. Ze spreken met andere jongeren die hun verhaal écht snappen en ook laten zien dat het uiteindelijk weer beter gaat. In alles wat we bij @ease doen proberen we het normaliseren van praten over gevoelens mee te geven. Dat doen we op social media, als we langskomen op scholen, bij groepsactiviteiten en natuurlijk in onze gesprekskamers of via de chat. We zijn er trots op dat we dit met al onze vrijwilligers, professionals en andere partners kunnen bewerkstellingen. Natuurlijk willen we @ease breed beschikbaar maken in heel Nederland, zodat meer jongeren dichtbij en gemakkelijk een luisterend en meedenkend oor kunnen vinden. Heb jij daar ideeën over of wil je meedoen? Je bent welkom! Samen maken we het @ease voor jongeren!

    Meer informatie?

    Op dit moment zijn de inlooplocaties van @ease te vinden in 9 gemeenten (Maastricht, Heerlen, Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Leiden, Leeuwarden, Haarlem en Zwolle). Dit jaar zullen onze locaties in Eindhoven, Roermond en Amersfoort starten. De landelijke chatlijn is bereikbaar via de website www.ease.nl.

    Wil je meer weten? Of misschien wel vrijwilliger worden in één van onze teams? Ga naar www.ease.nl of neem contact op via info@ease.nl. We informeren je graag!

    Mensenrechten en armoedebestrijding

    Door: Naomi Persoon, College voor de Rechten van de Mens

    Op 10 december 2023 vieren we de 75ste verjaardag van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Het universele idee ‘dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren’ werd in 1948 wereldwijd erkend. In de Verklaring staat onder andere dat alle mensen recht hebben op een behoorlijke levensstandaard, waaronder voeding, kleding, huisvesting, toegang tot gezondheidszorg, sociale voorzieningen en bijstand.

    In de afgelopen 75 jaar is er veel verbeterd als het gaat om die behoorlijke levensstandaard van mensen. Maar we zijn er nog niet. Armoede is een groot en groeiend probleem, zowel in Europees als Caribisch Nederland. Denk aan mensen die op straat prullenbakken inspecteren om er blikjes uit te halen voor het statiegeld. Of mensen die fulltime werken, die alsnog geld te kort komen aan het eind van de maand.

    Wisselwerking tussen armoede en mensenrechten

    Maar armoede is veel meer dan een gebrek aan geld. Het raakt verschillende delen van het leven van mensen en dus ook aan verschillende mensenrechten. Denk bijvoorbeeld aan het recht op gelijkheid en non-discriminatie, onderwijs, huisvesting, arbeid en gezondheid. Wanneer deze rechten niet goed gewaarborgd zijn, kunnen de effecten daarvan en de mate van armoede elkaar over en weer beïnvloeden. Bijvoorbeeld dat je door een gebrek aan geld een ongezond voedingspatroon hebt, of woont in een huis met schimmelplekken op de muren. Dit zorgt voor problemen met je gezondheid. Of dat je geen nette kleding meer hebt, waardoor het vinden of behouden van een baan lastig is. Je recht op arbeid staat dan onder druk, terwijl je net zoveel recht hebt op werk als ieder ander.

    Kinderen in armoede kunnen niet altijd ontbijten. Als je met honger naar school gaat, heb je minder energie voor je concentratie. Daardoor kun je meer moeite hebben met het leren van bijvoorbeeld lezen en schrijven. Andersom is het ook zo. Als je geen toegang tot kwalitatief goed en betaalbaar onderwijs hebt gehad, kun je meer moeite hebben met sollicitaties. Bijvoorbeeld doordat je bepaalde vaardigheden mist voor een baan die je graag wilt.

    Als je in armoede leeft, is het moeilijker om je recht te halen. Je kunt bijvoorbeeld geen dure advocaat betalen. Ook kan het zijn dat je zoveel zorgen hebt, dat je geen tijd hebt om uit te zoeken waar je eigenlijk allemaal recht op hebt. En andersom bekeken: als je minder gebruik kunt maken van je recht, kom je sneller in armoede. Bijvoorbeeld als je niet weet bij welk juridisch loket je moet zijn, niet goed overweg kunt met computers, niet goed kunt lezen, of niemand om hulp kunt vragen.

    Mensenrechten centraal

    Armoede en mensenrechten zijn dus onlosmakelijk verbonden en beïnvloeden elkaar over en weer. Het is dus belangrijk om in armoedebeleid niet alleen uit te gaan van de financiële aspecten van armoede, maar juist ook de doorwerking op andere vlakken en dit te koppelen aan mensenrechten. Zoals de voorbeelden al laten zien kan een goede bescherming van de rechten van mensen die in armoede leven, de nadelige gevolgen die armoede op hun leven heeft verminderen. Bovendien kan de bescherming van mensenrechten juist ook het risico op armoede helpen verkleinen. Het College voor de Rechten van de Mens vindt daarom dat de veelzijdigheid van de effecten van armoede én mensenrechten centraal moeten staan in armoedebeleid.

    Bijvoorbeeld: maatregelen die de belemmeringen voor de participatie van mensen in armoede wegnemen kunnen hun sociale uitsluiting tegengaan. Inkomensondersteunende maatregelen die ervoor zorgen dat mensen hun huur kunnen betalen en hun aandacht kunnen richten op hun toekomst, helpen hun gezondheid verbeteren en vergroten hun kansen op de arbeidsmarkt.

    Concrete maatregelen om de gezondheid te verbeteren leveren gezondheidswinst op en bevorderen bovendien maatschappelijke participatie en toegang tot de arbeidsmarkt. Het garanderen van het recht op onderwijs aan kinderen uit arme gezinnen kan bijdragen aan een toekomst voor hen zonder armoede.

    Zet ervaringsdeskundigen in

    De centrale overheid en lokale overheden vervullen een cruciale rol in de bescherming van mensenrechten en alle bestuurslagen dragen deze verantwoordelijkheid. Armoede stoppen waar zij nog voorkomt en voorkomen waar die dreigt te ontstaan is een kerntaak van de overheid. Ambtenaren die in direct contact staan met mensen in armoede hebben een bijzondere rol. Zij komen in hun dagelijkse werk in aanraking met mensenrechtelijke vraagstukken. Deze ambtenaren hebben een sleutelpositie bij de implementatie van mensenrechten in de praktijk. 

    Armoedebeleid kan namelijk alleen effectief zijn als het samen gemaakt (en uitgevoerd) wordt met ervaringsdeskundigen en het maatschappelijk middenveld: mensen die weten hoe het is om arm te zijn en hulpverleners die in nauw contact staan met diverse gemeenschappen. Zij weten als geen ander aan wat voor maatregelen behoefte is en waaraan juist niet. Zo kunnen mensen in armoede en hulpverleners meepraten over problemen en meebeslissen over oplossingen en de uitvoering ervan. Zij zijn dan een gelijkwaardige gesprekspartner en vervullen een belangrijke signalerings- en doorverwijsfunctie.

    In een effectief armoedebeleid is bijzondere aandacht nodig voor risicogroepen. Zoals eenoudergezinnen, maar ook mensen met een migratieachtergrond, mensen die bijstand ontvangen en mensen met een beperking. Daarnaast is er een toenemende groep werkenden in loondienst en zelfstandigen die in armoede komt of dreigt te komen. Al deze mensen moeten betrokken worden, omdat ze uit zichzelf niet zo snel mee zouden doen.

    Mensenrechten moeten dus het uitgangspunt zijn bij de ontwikkeling van armoedebeleid. En praten met en luisteren naar mensen in armoede het begin.

    Over het College voor de Rechten van de Mens

    Het College voor de Rechten van de Mens is het mensenrechteninstituut van Nederland. Als onafhankelijke toezichthouder belichten, beschermen en bevorderen wij de mensenrechten in Europees en Caribisch Nederland. Daarnaast oordeelt het College over discriminatieklachten. 

    Inloggen


    Sluit venster