Participatiesamenleving, wat hebben we ervoor over?

Sinds de decentralisaties in 2015 roept de regering iedereen, zo ook mensen met een beperking of chronische ziekte, op om naar vermogen mee te doen in de samenleving. Dit is denk ik een uitgangspunt waar bijna iedereen zich wel in kan vinden. Voor mensen met een beperking is het lang nog niet vanzelfsprekend dat ze op alle leefgebieden volwaardig kunnen meedoen.

Midden in de maatschappij staan

Op basis van het gedachtegoed waarop het VN-Verdrag Handicap is gebaseerd moet het begrip handicap als volgt worden gedefinieerd: een handicap vloeit voort uit de wisselwerking tussen mensen met een functiebeperking en sociale en fysieke drempels die hen belet om ten volle, effectief en op voet van gelijkheid te kunnen meedoen in de samenleving. Vanuit dit perspectief gezien benadert de overheid participatie nog veel te eenzijdig. Er wordt weliswaar verwacht dat iedereen zijn of haar steentje bijdraagt in de maatschappij, maar de overheid schiet nog ruimschoots tekort in het scheppen van de voorwaarden om dit mogelijk te maken. Neem bijvoorbeeld de arbeidsmarkt. Werk draagt bij aan je inkomen, zelfontplooiing, kan ten goede komen aan je zelfbeeld en mensen kunnen er het gevoel van krijgen dat ze midden in de maatschappij staan. Zelf ben ik zeer content met mijn baan. Het geeft me het gevoel dat ik iets nuttigs doe, en ik ben tevreden over mijn inkomen. Dit is echter nog niet voor alle werkende mensen met een beperking het geval.

Stapeling van zorgkosten

Uit recent onderzoek van Ieder(in) blijkt dat de financiële bestaanszekerheid van mensen met een beperking onder druk staat. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het ontbreken van een stabiel inkomen. Het is voor mensen met een beperking vaak moeilijk om een baan te vinden, en als deze al wordt gevonden betreft het er vaak één met een contract van tijdelijke aard. Ondanks een aanvullende uitkering blijft het inkomen meestal steken tussen het bijstandsniveau (het sociaal minimum) en het minimumloon. Dit heeft grote impact op de sociale participatie van deze mensen. Het kopen van een huis is bijvoorbeeld zeer moeilijk, net zoals het starten van een gezin. Het financiële plaatje van mensen die afhankelijk zijn van een Wajong-uitkering ziet er ook niet al te rooskleurig uit. In de Participatiewet en Wajong is de hoogte van een uitkering vastgesteld op 70 tot 75% van het minimumloon. Voor mensen die vaak lang – soms levenslang – hiervan moeten rondkomen kan dit leiden tot armoede en financiële uitzichtloosheid. Wat de financiële positie van zowel werkende als niet-werkende mensen met een beperking ook onder druk zet is de stapeling aan zorgkosten, onder andere door de extra eigen bijdragen die zij moeten betalen als gevolg van hun handicap. Des te zorgwekkender is het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om de eigen betalingen in de zorg te vergroten.

Fundamentele vragen

Mijns inziens is de onder druk staande financiële positie van mensen met een beperking aanleiding voor een publiek en politiek debat over een aantal fundamentele vragen. Vergrijzing en technologische vooruitgang zijn twee ontwikkelingen die voor een groot deel de stijgende zorgkosten veroorzaken. De meeste mensen willen en kunnen namelijk steeds langer en gezonder leven. Dit levert een verdelingsvraagstuk op. Wat is goede zorg ons als samenleving waard? En hoe verdelen we als samenleving onze zorgkosten? Maar ook: is het eerlijk dat mensen met een levenslange beperking of ziekte een groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan zorgkosten? En hoe solidair zijn jong en oud, rijk en arm en mensen met en zonder beperking met elkaar? Hiernaast moet er denk ik een debat plaatsvinden over hoe we een participatiesamenleving voor ons zien. Betekent dit dat iedereen wordt opgeroepen om te gaan werken zonder een goed financieel perspectief? Of wordt er gekeken naar onder welke condities iedereen op een volwaardige manier kan meedoen op de arbeidsmarkt? Betekent dit dat we meer publieke middelen willen investeren om arbeid voor mensen met een beperking financieel aantrekkelijk te maken? En hoeveel van onze schaarse publieke middelen hebben we over voor bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijke gebouwen en openbaar vervoer? Oftewel: we verwachten van eenieder mee te doen in de samenleving, maar wat hebben we er als samenleving voor over om dit mogelijk te maken? Dit zijn denk ik de fundamentele vragen die beantwoord moeten worden om vorm te kunnen geven aan een participatiesamenleving.

Zie: Mensen met een beperking financieel in de knel door zorgkosten - Iederin

Door: Mark Homan, Beleidsmedewerker sociaal domein Werkorganisatie gemeente Heerhugowaard & Langedijk / Algemeen bestuurslid CP Nederland.

Een inkomensafhankelijke energietoeslag, daar moet je niet aan denken

Vanwege de hoge gas- en elektriciteitsprijzen heeft het kabinet besloten tot verlaging van de energiebelasting, om zo de stijging van de energiekosten te matigen, en te voorkomen dat mensen in de kou komen te zitten. Het is maatschappelijk niet aanvaardbaar wanneer mensen een huis niet meer kunnen verwarmen omdat dat te duur is, zeker wanneer dat mede komt door hoge heffingen die juist zijn ingevoerd om aan te zetten tot zuinig gebruik. We willen ook dat ieder zijn kind naar school kan sturen, een dak boven zijn hoofd heeft en naar de dokter kan als dat nodig is. Daarom heeft de overheid daarbij een taak, al wordt die lang niet altijd toereikend vervuld.

Die taak heeft de overheid niet t.a.v. het bedrijfsleven. Daar is het juist wenselijk dat hoge gas- en elektriciteitsprijzen tot minder energiegebruik leiden, door andere wijzen van produceren, productie elders of het staken van de productie. Daarom is ook het systeem van verhandelbare emissierechten geïntroduceerd.

Generiek of specifiek?

De verlaging van de energiebelasting gaat voor ieder huishouden gelden, maar daar is niet iedereen het mee eens. Er zijn uiteraard genoeg mensen die de hogere energiekosten zelf wel kunnen betalen, en waarom zou je voor die dan ook de energiebelasting verlagen. Dat bezwaar hoor je ook regelmatig tegen de AOW, en je zou met dat argument ook een inkomensafhankelijk schoolgeld kunnen bepleiten.

Maar je moet je afvragen hoe we die inkomensafhankelijke compensatie gaan regelen. Moeten we allemaal ons inkomen opgeven aan het energiebedrijf, zowel voorafgaand aan het jaar als na afloop? Of zullen we de belastingdienst laten vaststellen hoeveel iedereen aan energiebelasting moet betalen? Die beschikken ten slotte over onze inkomensgegevens. Dat was het argument voor het invoeren van het toeslagenstelsel.

Je zou ook een energietoeslag kunnen verstrekken, gebaseerd op wat iedereen echt nodig heeft. Die toeslag gaat dan naar mensen met een laag inkomen en hoge stookkosten, die dan ook nog onvermijdbaar moeten zijn. Dan zijn de kosten voor de overheid zo laag mogelijk. Die toeslag zou gebaseerd moeten worden op het inkomen en op de noodzakelijke stookkosten. Voor dat laatste sturen we dan een ambtenaar naar iedereen die een toeslag aanvraagt, waarbij het niet alleen gaat om hoe groot het huis is en hoe goed geïsoleerd, maar ook om het leefpatroon.

Wie de hele dag thuis is krijgt een hogere toeslag dan wie een baan heeft, en wie reumatisch is krijgt ook iets extra’s. We vragen aan de huisarts welke temperatuur voor elke patiënt om medische redenen gewenst is. Het spreekt vanzelf dat we ook steeds nagaan of die gegevens nog actueel zijn. Wanneer er een verandering in de situatie plaatsvindt dient de bewoner dat binnen vier dagen te melden, anders moet de hele toeslag weer worden terugbetaald.

Bezwaren

Er zijn hier twee bezwaren tegen. In de eerste plaats maken we uit zuinigheid alles zo ingewikkeld dat mensen geen beroep meer op de regeling zullen doen en dan maar in de kou blijven zitten, want voor je het weet word je verplicht tot hoge terugbetalingen. Maar ook moet niet worden onderschat, dat wanneer de toeslag een inkomensafhankelijke afbouw krijgt, de marginale lastendruk toeneemt voor wie in het afbouwtraject zit. Die marginale lastendruk is voor veel mensen al heel hoog, juist voor mensen met betrekkelijk lage inkomens, veel hoger dan voor hoge inkomens waar alleen de hoogste schijf in de inkomstenbelasting relevant is.

Daarmee zou een inkomensafhankelijke compensatie van de energiekosten het voor veel mensen nog minder aantrekkelijk maken om extra uren te gaan werken. Wanneer de compensatie niet inkomensafhankelijk is voorkomt dat ook dat achteraf de toeslag weer moet worden aangepast omdat mensen meer zijn gaan verdienen, en ze om die reden geld moeten terugbetalen.

Ik denk daarom dat het heel verstandig is dat het kabinet gekozen heeft voor een inkomensonafhankelijke regeling, door de energiebelasting te verlagen onafhankelijk van het inkomen. Het zou heel redelijk zijn de kosten daarvan op termijn te dekken door verhoging van het hoogste tarief in de inkomstenbelasting. Dat drukt nu juist op degenen die de verlaging van de energiebelasting niet nodig hebben.

Door Paul Bordewijk

Bredase Week van de Toegankelijkheid inspiratiebron voor de jeugd

Deze week is het de Week van de Toegankelijkheid. Daarom vragen we aandacht voor toegankelijke winkels, horeca, theaters, natuurgebieden, sportaccommodaties, festivals etc. en plaatsen we dagelijks een blog. Klik hier voor de blogs tot nu toe.

In het jaar 2000 werd hij geboren, de Week van de Toegankelijkheid. De doelstelling van de initiatiefnemers Anne Marie Dees en mijzelf was om eens door een positieve bril naar het thema te kijken. Anders gezegd, we waren het zat dat er altijd negatieve media-uitingen waren over zaken die niet goed waren. Er is veel wél goed en dat moeten anderen ook weten. Zie daar de insteek van deze landelijke activiteit in de eerste week van oktober. De gemeente Breda heeft de eer om als eerste Nederlandse gemeente de Europese Access City Award te hebben gewonnen. Niet voor de best berijdbare kasseien overigens, maar voor de prima lokale samenwerking. Om dit te laten zien werd in Breda de week van 2021 gewoon even wat opgerekt!

Helden van Breda

De ‘normale’ week was dit jaar van dierendag tot en met vrijdag de achtste. In Breda kwam dit niet lekker uit, want NAC speelde al op vrijdag 1 oktober. Met kunst en vooral vliegwerk werden 18 kids met een beperking gezocht om dit ‘avondje NAC’ op te luisteren. Een van hen heet Satch en kon al dagen niet slapen van de spanning. “We mogen mee het veld op. In de rust mogen we ook penalty’s schieten. Ik ga zeker scoren!” Dat laatste lukte alleen figuurlijk. Satch en de zeventien andere kinderen werden door de fanatieke supporters op de B-side hartstochtelijk toegejuicht. ‘Het zijn de helden ja ja, het zijn de helden van Breda’ klonk het uit 14.823 kelen, Niet alleen de kids zweefden een meter boven het gras, ook de net afzwaaiende wethouder Miriam Haagh zat met kippenvel op de tribune. “Dit is elke keer weer een hoogtepunt voor een bestuurder die werkt aan inclusie en toegankelijkheid. Het is natuurlijk ook mooi dat juist nu NAC na een beroerde periode met 4-1 wint van koploper Excelsior.” Ook gastheer NAC was blij met de terugkeer van de Week van de Toegankelijkheid in het stadion. “Dit jaar mochten de kinderen nog niet aan de hand van de spelers het veld op. Als dit van de KNVB weer mag, kunnen er nog wat meer kinderen genieten van deze sportavonden. Daarnaast zijn we bezig om een blindentribune aan te leggen die voor iedereen op elke plaats in het stadion gaat werken”, meldt Niels Quispel van de Bredase voetbalclub.

Special KIDS-dag

Na een relatief rustige doordeweekse week werden de kinderen opnieuw in de spots gezet tijdens de Special KIDS-dag. Op de atletiekbaan van Sprint sporten ruim 250 kinderen met en zonder beperking lekker samen. “Dit is sowieso al een geweldig evenement om aangepast sporten te promoten, maar nu helemaal door al dit Olympisch bezoek”, glundert de nieuwe wethouder Arjen van Drunen. Met het Oympisch bezoek doelt hij op enkele toppers uit Breda die door de burgemeester ten overstaan van de kids gehuldigd worden. “Ik heb de gouden medaille van Malou mogen voelen”, vat Suzanne haar hoogtepunt van de dag samen. Hockeyster Malou Pheninckx loste daarna het startschot voor de afsluitende ‘marathon’ over 400 meter voor iedereen. Even daarvoor was er al een estafette gelopen door diverse sporters met een verstandelijke beperking. Zij brachten het bidbook via deze loop naar de mensen van Special Olympics Nederland. Samen met de wethouders van Tilburg en Breda werd een klein feestje gevierd om in ieder geval mee te dingen naar de Special Olympics in 2024 in beide gemeenten. De mist trok letterlijk op boven de atletiekbaan en in het laatste uur waren veel rode koppies te zien. Ook dit tweede kinderfeest was geslaagd.

REDO

Het slotakkoord van de Bredase Week was de Bredase DAG van de Toegankelijkheid. Zaterdag 9 oktober waren opnieuw veel kinderen actief, maar nu in het centrum van de stad. De organisatoren waren als een kind zo blij dat dit evenement alsnog kon plaatsvinden. Drie dagen eerder werd het afgeblazen op onduidelijke gronden. De organisaties Breda Gelijk en Breda voor Iedereen pikten dit niet en via een politieke interventie kon alles alsnog worden opgebouwd. Hoogtepunten van deze bewustwordingsdag waren de rondvaart in de toegankelijk gemaakte boot, maar vooral de dansacts van de rolstoeldansers uit Woerden en met name de shows van REDO. De man die 120 miljoen Europese kijkers wist te boeien tijdens het Songfestival, maakte op een bomvolle Grote Markt zijn verwachtingen waar. Naast zijn eigen show verzorgde hij workshops voor met name jongeren die ook een coole ‘freeze’ wilden proberen. De kinderen konden daarna bij Kees-Jan van de Klooster meteen door voor een rolstoelvaardigheidstraining. Zij die echt durfden stapten op de NINO van Hendriks Care. Op deze rolstoel-segway werden heel wat kilometers afgelegd tussen de uitpuilende terrassen. “Dit is vet gaaf”, schreeuwde Daan (14) naar zijn vader. Ook de kleine Roos was niet uit de stoelen weg te slaan. Laten we hopen dat als zijn over tien jaar ‘groot’ zijn er geen bewustwordingsweken meer nodig zijn!

Wouter Schelvis, adviseur toegankelijkheid (Access Wout)

De Toegankelijkheidsrevolutie van Ongehinderd

Deze week is het de Week van de Toegankelijkheid. Daarom vragen we aandacht voor toegankelijke winkels, horeca, theaters, natuurgebieden, sportaccommodaties, festivals etc. en plaatsen we dagelijks een blog. Klik hier voor de blogs tot nu toe.

Regelmatig vragen we onze gebruikers om onze app en website te beoordelen. Gelukkig krijgen we dan altijd een hoog rapportcijfer (landelijk onderzoek toont aan dat 35% toegankelijkheidsinformatie nodig heeft om een uitje buiten de deur te plannen). Hoe blij we ook zijn met dat rapportcijfer, de terugkerende feedback is dat men het nog fijner zou vinden als de Ongehinderd app in heel Nederland bruikbaar zou zijn. Nu kan dat voornamelijk in de circa 100 gemeenten, waar locaties getoetst zijn en die met een abonnement aangesloten zijn. Daarom zijn we - ter ere van het VN-verdrag Handicap wat 5 jaar geleden geratificeerd werd - de volgende actie gestart:

Alle publieke gemeentelijke gebouwen worden getoetst op toegankelijkheid, ook in gemeenten die nog geen abonnee zijn. De getoetste locaties worden weergegeven in de Ongehinderd app en op de website zodat deze 100% dekking krijgen. Onze gebruikers kunnen hierdoor de app en website in het hele land gebruiken om hun uitjes te plannen en zorgeloos de deur uit te kunnen. We maken daarmee heel Nederland ‘ongehinderd’. Uiteraard blijft er een verschil met een geabonneerde gemeente, onder andere advies maakt geen onderdeel uit van deze landelijke - kosteloze - actie.

Binnen 2 jaar staan hierdoor alle theaters, musea, concertzalen, poppodia, maar ook buurtcentra, sportlocaties, scholen en gemeentehuizen in de app en op de website van Ongehinderd. Dat betekent een kleine 10.000 locaties die getoetst moeten worden. We hebben hiervoor ons team van Inspecteurs Toegankelijkheid uitgebreid en zijn sinds enkele weken in volle vaart bezig met deze mooie missie. Maar we kunnen het niet alleen!

We hebben de hulp nodig van jullie, gemeenten. Tientallen van jullie hebben al gereageerd op onze verzoeken om te helpen met de naw-gegevens van de betreffende locaties, maar nog niet alle gemeenten. Daarom doen we deze oproep:

Gemeenten! Help ons om de toegankelijkheid van jullie gebouwen - geheel kosteloos - in kaart te brengen!

Wil je helpen? Mail naar mijn collega’s op info@ongehinderd.nl of stel mij een persoonlijke vraag op gerard@ongehinderd.nl.

Gerard de Nooij, directeur Ongehinderd

Drempel van bestaanszekerheid

Foto: Frank Jansen, Den Haag

Deze week is het de Week van de Toegankelijkheid. Daarom vragen we aandacht voor toegankelijke winkels, horeca, theaters, natuurgebieden, sportaccommodaties, festivals etc. en plaatsen we dagelijks een blog. Klik hier voor de blogs tot nu toe.

Het is eigenlijk absurd dat er een Week van de Toegankelijkheid moet bestaan. Om maar even met de deur in huis te vallen. Veel mensen worden al jaren buitengesloten. We vinden het inmiddels normaal dat er een Week van de Toegankelijkheid is, jaar in jaar uit. Nou, ik niet.

Natuurlijk zie ik wel in dat het nodig is omdat anders velen (letterlijk en figuurlijk) niet de drempel over kunnen van horeca, theaters, sportaccommodaties of winkels. Maar het is absurd dat dat niet allang kan.

We delen onze samenleving heel gemakkelijk in groepjes in. Waarbij de een wel mag meedoen en de ander niet. Ik krijg er elke keer weer de rillingen van als ik het zie gebeuren. Dan heb ik het over die letterlijke drempel bij de ingang van een café, maar ook over de angst die mensen voelen om als anders gezien te worden. En ik heb het óók over het gebrek aan geld om simpelweg te sporten, het theater te bezoeken of zelfs naar de winkel te gaan.

We zijn we het in dit land normaal gaan vinden dat er een voedselbank bestaat. Dat zijn dus mensen die niét gewoon boodschappen kunnen doen omdat ze niet genoeg geld hebben.

Ook vinden we het vrij normaal dat mensen met een speciale gemeentepas hun kinderen kunnen laten sporten omdat ze korting krijgen. Waarom krijgen zij deze pas? Omdat ze te weinig inkomen hebben. We vinden het voor mensen met een smalle beurs ‘een luxe’ als ze naar het theater willen of een museum willen bezoeken. Om maar niet te spreken over het bezoek aan een restaurant of bar - anders dan de snackbar - als je van een uitkering moet rondkomen.

Onder de laagverdieners zijn mensen met een beperking in de meerderheid. Deze groep krijgt niet genoeg arbeidskansen en komt zo op afstand te staan van de rest van de samenleving. Mensen met een beperking worden dus dubbel gepakt als het om toegang tot de samenleving gaat. Ik denk aan de jongeman met een Wajonguitkering die ik een tijd terug sprak. Hij vertelde mij hoe graag hij een aantal maanden geleden aanwezig had willen zijn bij een debat in de Tweede Kamer. Hij kon niet komen omdat hij geen geld had voor een treinkaartje. Hij is dus niet alleen uitgesloten van de arbeidsmarkt maar ook nog van sociale participatie.

Wat hij en alle andere mensen nodig hebben, is een kabinet dat met plannen komt om hen erbij te houden. Een kabinet dat met voorstellen komt waardoor zij zich gezien, gehoord en ondersteund voelen. Een kabinet dat met maatregelen komt op het gebied van werk en inkomen zodat hun bestaanszekerheid wordt vergroot. Het is een investering die keihard nodig is om de toenemende kloof tussen rijk en arm te dichten. Het is een investering in mensen die pech hebben in het leven of mensen die geboren zijn met een beperking waardoor ze vaak 1-0 achter staan in het leven.

In de politiek is er erkenning voor het probleem dat mensen aan de kant staan en dat er in Nederland sprake is van grote inkomensverschillen. Dat wordt vaak meteen weer weggepoetst door een vergelijking te maken met andere landen. In Nederland is het minder erg dan elders, wordt vaak gezegd. Dat is mooi voor de statistieken, maar wat schieten de werkende arme die naar de voedselbank moet voor eten, de dakloze jongere met schulden, de jongedame met een aangeboren spierziekte die zich een slag in de rondte solliciteert en de jongen met een Wajonguitkering die geen treinkaartje kan betalen, hiermee op? Helemaal niets!

Bij de LCR trekken we samen op met maatschappelijke organisaties, cliëntenraden en onze partners in het land en benoemen wij deze rauwe werkelijkheid van ontoegankelijkheid, van uitsluiting. Het kan echt anders. Door mensen te zien zoals ze zijn, ieder met een eigen talent. Dan is het soms ook nodig dat we die drempels weghalen of iemand een duwtje in de goede richting geven, begeleiding bieden als dat nodig is.

De allerhoogste drempel ligt bij het gebrek aan bestaanszekerheid. Als we eens zouden beginnen die weg te halen, dan zijn we al een heel eind.

Amma Asante

Voorzitter Landelijke Cliëntenraad (LCR)

De Bibliotheek: de partner voor wegwijs in de digitale wereld

Deze week is het de Week van de Toegankelijkheid. Daarom vragen we aandacht voor toegankelijke winkels, horeca, theaters, natuurgebieden, sportaccommodaties, festivals etc. en plaatsen we dagelijks een blog. Klik hier voor de blogs tot nu toe.

De coronacrisis heeft de Bibliotheek voor grote uitdagingen gesteld. Maar hij brengt ook, meer dan ooit, haar maatschappelijke waarde voor het voetlicht. Met name voor minder digitaal vaardige burgers. Never waste a good crisis, zullen we maar zeggen.

Op 23 september deelde Hugo de Jonge een filmpje van Bibliotheek Katwijk op zijn Facebook-pagina. Begeleidende tekst: ‘Niemand mag buiten de boot vallen, dus: geen smartphone of kom je er niet uit? Bijna alle bibliotheken bieden hulp.’ Op dezelfde dag meldde Nu.nl dat er ‘vanaf volgende week naar verwachting in bibliotheken en gemeentehuizen formulieren (liggen) waarmee mensen een papieren coronapas kunnen aanvragen.’

En dat is slechts één van de vele manieren waarop de bibliotheek de (digitale) samenleving toegankelijker maakt. In 2015 zette de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen een transitie van de bibliotheek in. Zes jaar later is de bibliotheek niet langer alleen een ‘klassiek boekenhuis’, maar ook een plek waar computercursussen worden gegeven, nieuwkomers de Nederlandse taal en cultuur leren, werkzoekenden workshops solliciteren volgen en hulp wordt geboden bij het doen van belastingaangifte. Een plek waar gewerkt wordt aan taaie maatschappelijke vraagstukken als laaggeletterdheid, basisvaardigheden en digitale inclusie.

Hulp bij de digitale overheid
Dat laatste krijgt onder andere vorm in de nieuwe dienstverlening die bijna alle bibliotheken in Nederland (zo’n 140 organisaties met 800 vestigingen) inmiddels aanbiedt: De Informatiepunten Digitale Overheid (IDO). Sinds de start in 2019 staat de teller staat inmiddels op ruim 300 Informatiepunten. Iedereen kan er, gratis en zonder afspraak, terecht met vragen over bijvoorbeeld DigiD, belastingen, toeslagen of verkeersboetes.

Lokale samenwerking is cruciaal. Met partijen als sociaal raadslieden, welzijnsinstellingen, de formulierenbrigade, vak- en ouderenbonden en cliëntenondersteuners van de gemeente wordt het ondersteuningsnetwerk steeds fijnmaziger. De bibliotheek fungeert als vraagbaak, informatieverstrekker en wegwijzer. En – heel belangrijk – als plek waar laagdrempelig kan worden ervaren hoe leuk en bevredigend het kan zijn om nieuwe vaardigheden te leren. Zoals het omgaan met de computer, smartphone of tablet. Hoe zet je foto’s in de cloud? Hoe gebruik je Spotify? Hoe kun je beeldbellen?...  


Coronadienstverlening
Al vroeg in de coronacrisis werd de rol van de bibliotheek in de digitale toegankelijkheid duidelijk. In Drenthe bijvoorbeeld hielpen 30 van de 39 bibliotheekvestigingen tien dagen lang met het installeren van de Coronamelder app. Afgelopen lente, toen bibliotheken weer cursisten mochten ontvangen, richtten veel Bibliotheken een coronaspreekuur in. Daar werd veelvuldig gebruik van gemaakt voor hulp bij het maken van een vaccinatieafspraak. Saskia ten Houten van bibliotheek BplusC in Leiden: ‘Het gaat bij deze dienstverlening echt om het vergroten van zelfvertrouwen. Het is fijn als er iemand is die even mee kan denken en de afsprakenkaart invult.’

Ook in het bereiken mensen speelt de Bibliotheek een belangrijke rol. Ten Houten: ‘Partners weten elkaar tijdens deze coronaperiode goed te vinden, we zijn meer verbonden dan daarvoor. De beleidsambtenaar gaf bijvoorbeeld aan dat de vaccinatiegraad in bepaalde wijken achterblijft, met de vraag of wij dat willen oppakken. In een wijk hebben wij als bibliotheek geen fysieke locatie. Daar zijn we in samenwerking met de welzijnspartner de wijk ingegaan met een pop-up coronaspreekuur.’ De laatste tijd helpt de bibliotheek veel mensen met het downloaden of aanvragen van een coronatoegangsbewijs.

Beter op het netvlies

Door deze dienstverlening en de Informatiepunten Digitale Overheid staat de bibliotheek steeds beter op het netvlies van burgers en landelijke en lokale partners. Zij verwijzen steeds meer naar de bibliotheek door voor hulp bij digitale zaken. Mensen die voorheen nooit in de bibliotheek kwamen, weten de weg nu te vinden.

Het succes van de dienstverlening in de bibliotheek maakt helaas ook pijnlijk zichtbaar dat heel veel mensen (naar schatting zo’n vier miljoen) niet volledig toegerust zijn om zelfstandig mee te komen in de steeds sneller digitaliserende samenleving. Er was een crisis voor nodig om dat beter zichtbaar en invoelbaar te maken. Dat brengt me ertoe te eindigen zoals dit stukje begon, met het vrij citeren van Winston Churchill: ‘Don’t let it go to waste’.

Anne-Marie van der Poel is adviseur basisvaardigheden bij Probiblio en SPN projectleider Digitale Inclusie. Probiblio is een Provinciale Ondersteuningsinstelling (POI) voor Noord- en Zuid-Hollandse openbare Bibliotheken. De zeven Nederlandse POI’s werken samen in Stichting SPN,  Samenwerkende POI’s Nederland (SPN). avdpoel@probiblio.nl

De gemeente kan mensen gezond maken!

Sinds 1 januari van dit jaar is in de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening opgenomen dat gemeenten werk moeten maken van vroegsignalering en nazorg in de schuldhulpverlening.

Op de website van de NVVK staat een mooie definitie van vroegsignalering: het is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en drinkwaterbedrijven benaderen gemeenten bewoners met betaalachterstanden proactief om hen hulp aan te bieden. Het helpt maatschappelijke kosten voor schuldhulpverlening te verminderen en zorgt ervoor dat schuldeisers hun geld eerder krijgen.

Dit alles om te voorkomen dat mensen met schulden gaan voldoen aan de statistieken. Deze laten zien dat mensen gemiddeld 5 jaar wachten met hulp zoeken en dan een schuld hebben van gemiddeld ruim 43 duizend Euro te verdelen over ongeveer 14 schuldeisers.

IQ

Als je aan deze statistieken voldoet, dan daalt je IQ als gevolg van de stress die dit veroorzaakt, dan vertoon je niet echt slim gedrag omdat je executieve functies onder druk staan en word je ook nog eens heel wantrouwend ten opzichte van je omgeving. Kortom alle ingrediënten om in een negatieve spiraal terecht te komen. Daarnaast blijkt ook nog eens uit onderzoek dat de mate van gezondheid onder andere samenhangt met het opleidingsniveau. Lager opgeleide mensen ervaren meer chronische stress door financiële problemen zoals armoede en schulden. Deze stress leidt tot een flinke vergroting van de kans op allerlei ziekten en heeft daarnaast een negatief effect op de manier waarop zij leven.

De optelsom van al deze effecten is dat deze mensen gemiddeld 7 jaar korter leven. Daarnaast leven zij 15 jaar langer in minder goede gezondheid[1]. Kortom: als je er snel bij bent om mensen weer perspectief te geven op een schuldenvrij bestaan dan maak je deze mensen letterlijk en figuurlijk beter.

Als je nu nog niet overtuigd bent van het nut van vroegsignalering dan weet ik het ook niet meer. De vraag doet zich dan wel voor: hoe doe je dat? Allereerst krijgt de gemeente signalen binnen van achterstanden die hun inwoners hebben, bijvoorbeeld een huurachterstand. Dan is het aan de gemeente om op basis van zo’n signaal actie te ondernemen. Hoe ga je dat dan doen?

Contact

Vele varianten van contact leggen zijn mogelijk van een telefoongesprek, email, brief tot en met een huisbezoek. Maar hoe leg je nu effectief en efficiënt contact met de inwoner met een betalingsachterstand? Aangezien het geld niet over plinten klotst in het sociale domein moet goed bekeken worden hoe we dit professioneel gaan uitvoeren. Wat we zeker weten is dat het versturen van brieven niet werkt. Mensen die langzaam aan het verdrinken zijn door achterstallige betalingen en oplopende schulden krijgen vele brieven en uiteindelijk maken ze die niet meer open. Stel dat ze de brief wel open maken dan is het nog maar zeer de vraag of mensen dan ook echt in de actiestand komen. Als gevolg van de stress die ze ervaren doen ze niet altijd datgene wat goed voor ze is.

Overbruggen

Los daarvan spelen nog drie andere zaken een rol op het gedrag van deze mensen. De eerste is dat mensen zich vaak kapot schamen als ze in de schulden terecht zijn gekomen waardoor zij niet graag en vroegtijdig om hulp vragen. De tweede is de zelfoverschatting in de zin van ‘ach het valt nog wel mee, het gaat me wel lukken hier een oplossing voor te vinden’. In de uitvoeringspraktijk lopen we hier best vaak tegenaan en dan wordt vaak gezegd dat deze mensen nog niet rijp zijn voor een schuldhulpverleningsaanbod. De laatste is ook echt wel een factor om rekening mee te houden. Bedenk dat ongeveer 60% van de schulden die mensen hebben te relateren zijn aan de overheid. Gemeenten zijn ook overheid. Dus je bent in de ellende terecht gekomen door de overheid en als diezelfde overheid je wilt helpen dan is er echt wel sprake een te overbruggen kloof van wantrouwen alvorens je hulpaanbod goed kan landen.

Kortom er is echt nog wel werk aan de (vroegsignalerings-)winkel. Maar hoe leuk is het dat je mensen, met goede vroegsignalering, echt beter kunt maken!!!

Ruud van den Tillaar, directeur Kredietbank Limburg


  1. [1] Centraal Bureau voor de Statistiek. Gezonde levensverwachting; onderwijsniveau. Statline 2017. Beschikbaar via: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=83780NED&LA=NL

Sleutel jij mee?

Foto: Casper Rila-500WATT

Deze week is het de Week van Lezen en Schrijven. Daarom plaatsen we dagelijks een blog van iemand die zich met hart en ziel inzet voor het verminderen van laaggeletterdheid in Nederland. Klik hier voor de blogs tot nu toe.

Taal is de sleutel. Als je onze taal niet machtig bent, is het elke dag puzzelen. Als toerist voel je dat soms als je in het buitenland worstelt met aanwijzingen op verkeersborden, of een menukaart krijgt in een vreemde taal. Je voelt je verloren en verdwaald (en soms voel je blinde paniek, bij dat verkeersbord).

Hoe zou het zijn als letterlijk elke brief die je krijgt een puzzel is? Of elke aanbieding een raadsel: is dit een goede aanbieding, of niet? Of nog veel erger: als je een app-je van je eigen kleinkind niet kunt lezen? Want voor veel mensen is dat de realiteit.

Als we willen dat iedereen mee kan doen in onze stad, moeten we scherp kijken naar de drempels die er zijn. En voor laaggeletterden werpen we helaas nog veel drempels op. Niet expres, maar onbewust. Toch is het effect hetzelfde: we sluiten mensen uit. 

Daarom kan elke ambtenaar van de gemeente Rotterdam vanaf nu gratis een cursus volgen. Niet omdat zij het Nederlands niet machtig zouden zijn, maar omdat we iedereen willen helpen voor wie onze taal nog gepuzzel is: onze ambtenaren leren om ‘laaggeletterdheid’ te herkennen. Op dit moment hebben 90.000 Rotterdammers moeite met lezen en schrijven. Wat komt er in die cursus aan bod?
Nou, hoe kun je merken dat iemand worstelt met taal? Want vaak doen mensen alles om dat juist te verbloemen (‘ik lees dit thuis wel’, zeggen ze dan bijvoorbeeld). Ook leren ambtenaren hoe ze het onderwerp bespreekbaar kunnen maken. En tot slot leren ze hoe zijzelf kunnen sleutelen aan schriftelijke en digitale communicatie. We hebben ook heuse ‘Taalambassadeurs’: mensen die vanuit ervaring ons helpen met het vereenvoudigen van teksten en uitingen.

Uiteraard bieden we ook een helpende hand aan Rotterdammers die worstelen met lezen en schrijven. Voor nieuwkomers, maar ook voor Rotterdams voor wie Nederlands de moedertaal is. En natuurlijk niet alleen tijdens een ‘Week van Lezen en Schrijven’, maar constant. Wie dat wil, kan altijd taallessen volgen in zijn of haar eigen wijk.

Taal is echt de sleutel tot deelname aan het leven in de stad. Daarom geven we iedere pasgeboren Rotterdammer gratis toegang tot de bibliotheek. Want je kunt nooit te vroeg aan taal beginnen. Maar gelukkig geldt ook het: je kunt altijd nog aan taal beginnen.

Dus: sleutel jij ook mee aan een maatschappij waarin taal geen drempel is? Want daar kun je altijd aan bijdragen, elke dag opnieuw.

Wethouder Judith Bokhove heeft 2021 uitgeroepen tot het Jaar van de Taal. Ze wil gedurende het hele jaar aandacht hebben voor laaggeletterdheid. Tijdens verschillende activiteiten laten we zien wat laaggeletterdheid betekent, wat het verbeteren van de basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) oplevert en dat je mensen kunt helpen om hun taal te verbeteren. We willen graag dat meer professionals weten hoe ze laaggeletterdheid kunnen herkennen en hoe ze Rotterdammers kunnen helpen die moeite hebben met lezen en schrijven. We willen graag dat zoveel mogelijk Rotterdammers de weg vinden naar taaltrajecten. Kijk voor meer informatie op https://www.rotterdam.nl/werken-leren/2021-jaar-van-de-taal/.  

Judith Bokhove, wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal

Wethouder Judith Bokhove heeft 2021 uitgeroepen tot het Jaar van de Taal. Ze wil gedurende het hele jaar aandacht hebben voor laaggeletterdheid. Tijdens verschillende activiteiten laten we zien wat laaggeletterdheid betekent, wat het verbeteren van de basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) oplevert en dat je mensen kunt helpen om hun taal te verbeteren. We willen graag dat meer professionals weten hoe ze laaggeletterdheid kunnen herkennen en hoe ze Rotterdammers kunnen helpen die moeite hebben met lezen en schrijven. We willen graag dat zoveel mogelijk Rotterdammers de weg vinden naar taaltrajecten. Kijk voor meer informatie op https://www.rotterdam.nl/werken-leren/2021-jaar-van-de-taal/.  

Nog zoveel winst te behalen

Deze week is het de Week van Lezen en Schrijven. Daarom plaatsen we dagelijks een blog van iemand die zich met hart en ziel inzet voor het verminderen van laaggeletterdheid in Nederland. Klik hier voor de blogs tot nu toe.

Veel belangrijke informatie komt niet aan. Aan de ene kant omdat veel mensen moeite hebben met taal en met het verwerken van informatie. Maar ook omdat veel informatie onnodig ingewikkeld is. Taal voor allemaal helpt om informatie begrijpelijk te maken.

En dat levert winst op voor iedereen. We kennen het allemaal: dat oncomfortabele gevoel dat je niet helemaal, of helemaal niet begrijpt wat er staat. Of wat er gezegd wordt. Denk maar aan een huur- of koopcontract. Of aan de privacyverklaringen van websites of een gesprek met een arts. Voor zo’n 2,5 miljoen volwassenen in Nederland geldt dat gevoel ook voor veel alledaagse informatie. Zij hebben lage taalvaardigheden; ze zijn laaggeletterd.

Het is goed om in te zetten op het verbeteren van de taalvaardigheden. Maar er is ook een andere kant. Een kant waarmee veel winst te behalen is.

Er is dan ook werk aan de winkel voor de zenders van informatie. Want veel informatie is onnodig ingewikkeld door een combinatie van: te moeilijke taal, te lange zinnen, te veel informatie ineens, een onoverzichtelijke opmaak, een vage structuur en een onlogische volgorde van de informatie. Veel mensen missen daarom belangrijke informatie van bijvoorbeeld de overheid, zorginstellingen en bedrijven.

Maar makkelijk schrijven of praten is best moeilijk. Taal voor allemaal heeft daar een antwoord op. Taal voor allemaal maakt informatie voor een zo groot mogelijke groep begrijpelijk. Mensen kunnen daardoor weloverwogen een eigen keuze kunnen maken, ze kunnen besluiten hoe ze willen handelen en ze weten wat ze moeten doen. Bijvoorbeeld bij het aanvragen van een regeling, het opvolgen van een medisch advies of het voldoen aan een betalingsregeling. Taal voor allemaal is taal waar iedereen mee uit de voeten kan. Rekening houdend met mensen voor wie taal en informatieverwerking lastig is.

Testen hoort er ook bij. Taal voor allemaal werkt daarin samen met ervaringsdeskundigen, bijvoorbeeld met leerlingen van praktijkonderwijs en bewoners, patiënten en cliënten van zorginstellingen. Taal voor allemaal is ook lid van Nederlandse en buitenlandse netwerken waarmee kennis wordt uitgewisseld en samengewerkt. Bijvoorbeeld van de Alliantie gezondheidsvaardigheden. [1]

Taal is dynamisch. Er is nooit één gouden oplossing. Daarnaast hangt de inhoud en opbouw af van voorkennis en taalvaardigheidsniveaus van de ontvangers. Belangrijk startpunt is dan ook: ‘wie is mijn lezer of toehoorder of gesprekspartner?’. En je eindigt met de ontvangers. Door een informatieproduct eerst te testen bij je potentiële ontvanger, maak je je boodschap altijd nog weer beter. En dan gaat het om zowel het begrijpen van de inhoud als het accepteren van de informatie: ‘Dit ga ik lezen en er iets mee doen’. [2]

De eerste onderzoeken laten zien dat Taal voor allemaal werkt voor mensen met allerlei taalvaardigheden. Mensen begrijpen beter wat ze moeten doen en waarderen de begrijpelijke informatie goed. Winst dus, en niet alleen voor de ontvanger. Ook voor de zender van informatie is er winst. Mensen die informatie goed begrijpen en tot zich kunnen nemen, komen op tijd op afspraken, verschijnen goed voorbereid en weten van welke diensten ze gebruik kunnen maken. Dat betekent dus een fijnere, betere en snellere afhandeling van een aanvraag of verloop van dienst- of hulpverlening. Er gaat minder ‘mis’. En het leidt misschien ook tot minder ergernis. Maar dat hebben we (nog) niet onderzocht. Hoe fijn zou het zijn om brieven te krijgen, die je maar één keer hoeft te lezen om te begrijpen wat er nu precies staat. Voor iedereen.

Enid Reichrath, ontwikkelaar en trainer bij Taal voor allemaal
www.taalvoorallemaal.com

Noten

[1] www.gezondheidsvaardigheden.nl; Netwerk van organisaties die zich inzetten voor begrijpelijke
informatie over gezondheid en gezondheidszorg.

[2] Meer informatie over (testen met) Taal voor allemaal staat in het artikel: Reichrath, E., Moonen, X., Willemsen, F., Nooijens, I. (2021). Zo begrijpelijk dat iedereen wint; Sociaal Bestek, nr. 1.

Addy, de glossy

Deze week is het de Week van Lezen en Schrijven. Daarom plaatsen we dagelijks een blog van iemand die zich met hart en ziel inzet voor het verminderen van laaggeletterdheid in Nederland. Klik hier voor de blogs tot nu toe.

Van toiletjuf naar Taalambassadeur, vlogger en boegbeeld van een eigen glossy. Het verhaal van Addy van Meerten (63 jaar).

Ik heb 8 jaar lagere school gedaan. Ik ben daar twee keer blijven zitten. Daarna ging ik naar het ihno, de individuele huishoudschool. Die heb ik niet afgemaakt, ik werd gepest en had geen zin meer in school. Op mijn 15e ben ik daarvan af gegaan en ben direct aan het werk gegaan. Ik heb van alles gedaan: bij een slagerij gewerkt, een wasserette, een atelier, thuis inpakwerk gedaan enzovoort. Uiteindelijk ben ik als toiletjuffrouw terecht gekomen bij V&D La Place. Nou, iedereen weet wat daarmee is gebeurd: ik kreeg mijn ontslag en kwam in de WW. Ik was toen 57 jaar. Van de UWV moest ik 4 keer per maand solliciteren. En ik wilde graag werk, dus schreef ik sollicitatiebrieven.

Een keer kreeg ik na twee uur al een afwijzing. Wat was ik kwaad! Het was ook nog van een bedrijf waar ik al eerder had gewerkt. Hoe kan het nou dat ze me na 2 uur al kennen en afwijzen. Toen heeft iemand van een forum op internet die brief gelezen en die heeft mij gezegd: als je zulke brieven schrijft dan is het logisch dat ze je afwijzen. Ik schreef alles aan elkaar, geen punten en komma’s en ook geen hoofdletters. Toen moest ik ook nog een tetst doen bij de UWV en daar hebben ze me ook gezegd dat ik mijn schrijven moet verbeteren. Ze hebben mij naar Stichting Lezen en Schrijven verwezen. Die heb ik gebeld, want ik wou echt weer aan het werk. En die hebben een telefoonnummer gegeven van school, van het ROC.

Dus ging ik op mijn 57ste terug naar school. Die stap was wel groot. Maar toen ik hoorde dat we een klein klasje hadden in onze eigen bibliotheek in Beneden-Leeuwen viel dat toch mee. We zaten daar ook maar met z’n 5-en. In dat Taalhuis kregen we telkens een halve dag les. We moesten iets opschrijven en dat dan voordragen aan elkaar. Het bleek zo te zijn, dat wat ik vertelde heel wat anders was dan dat ik opschreef. Het praten ging veel beter dan het schrijven. Ik schreef zonder punten, ik vergat woorden, ik kon eigenlijk geen zinnen netjes opschrijven.

Mijn lerares heeft toen gezegd dat ik veel heb meegemaakt in mijn leven en dat ik gewoon door moest gaan met schrijven over wat ik heb meegemaakt. Ik ging toen schrijven over wat ik meemaakte als toiletjuffrouw, want daar hoor je natuurlijk van alles. Dat schrijven vond ik steeds leuker. Op een gegeven moment heeft onze wethouder gevraagd of ik Taalambassadeur wilde worden. Dat heb ik toen graag gedaan, want je kunt het verschil maken. Dat je moeilijk leest en schrijft zie je niet van de buitenkant. Je kunt anderen motiveren om weer naar school te gaan door je eigen verhaal te vertellen. En we geven advies aan organisaties, zoals banken, ziekenhuizen, de GGD etc. We testen bijvoorbeeld brieven of ze begrijpelijk zijn. Zelf heb ik nu veel meer zelfvertrouwen dan vroeger.

Ik heb ook een eigen glossy, de Addy, met mijn verhalen erin. Die ligt nu bij de bibliotheken en het ROC. Twee jaar geleden heb ik kennis gemaakt met José. Zij heeft altijd op de kermis gewerkt en moest ook weer leren lezen en schrijven. José durfde geen Taalambassadeur te worden en ik heb haar toen over de streep getrokken. Zij kwam op het idee om te vloggen. Dat doen we nu als de Taalmeiden.

In deze Week van Lezen en Schrijven gaan we de hort op, we gaan naar allerlei instanties om ons verhaal te doen en om te testen. We hopen dat bijvoorbeeld de UWV en de Belastingdienst ook eens door ons een test laten doen. Die maken het zo moeilijk. Daarom is het belangrijk om ons verhaal te blijven vertellen.

Addy van Meerten, taalambassadeur Rivierenland

(opgetekend door Yvet Bommelje, red. Sociaal Bestek)

Inloggen


Sluit venster