Sociaal werk negeert de klimaatcrisis – en dat is onverantwoord

Terwijl de klimaatcrisis sociale problemen verergert, blijft sociaal werk er nauwelijks op toegerust. Dat is onhoudbaar, vindt Maarten ter Huurne: zonder ecosociaal perspectief loopt het beroep achter de werkelijkheid aan.

De klimaatcrisis zorgt voor een wereld die steeds onleefbaarder wordt. Dat heeft ook gevolgen voor het beroep van de sociaal werker. Neem een sociaal werker in een hete, versteende wijk. Hij ziet dat mensen door de hitte vaker binnenblijven, minder contact hebben met anderen en daardoor sneller vereenzamen. Slechte nachtrust en stress leiden bovendien tot meer psychische klachten. 

Toch kan de sociaal werker hier nu weinig mee. Sociaal werkers missen op dit moment de kennis en vaardigheden om klimaatgerelateerde problemen aan te pakken. Het beroep is simpelweg onvoldoende toegerust op de sociale gevolgen van de klimaatcrisis.

Ik zie daar twee belangrijke oorzaken voor. Ten eerste heeft het sociaal werk een te mensgericht wereldbeeld. Het stelt zichzelf primair tot doel het welzijn van mensen te bevorderen, waardoor de natuur buiten beeld valt. Dat is opvallend, omdat binnen het vak al langer een ecosociaal perspectief bestaat, onder andere uitgewerkt door Richard de Brabander. Door de mens los te zien van zijn leefomgeving blijft de ecologische dimensie structureel onderbelicht.

Ten tweede heeft ecosociaal werk geen plek in het onderwijs en in de beroepspraktijk. Dit is terug te zien in het landelijk opleidingsprofiel Social Work, waar dit nauwelijks is uitgewerkt. Daardoor besteden opleidingen weinig aandacht aan mens-natuurrelaties, omdat het opleidingsprofiel het kader vormt waar zij zich aan moeten houden. Ook de beroepspraktijk is nog weinig bezig met ecosociaal werk. Uit de Grote Raadpleging van Movisie onder sociaal werkers bleek dat slechts een kleine minderheid ecosociaal werk in de praktijk brengt.

Groene transitie

Andere beroepssectoren laten zien dat het goed mogelijk is om te staan voor de groene zaak. Zo werken duurzame zorgprofessionals actief aan het verminderen van wegwerpmateriaal in de zorg en dragen daarmee bij aan een groene transitie van de zorg. Hun inzet laat zien dat verandering binnen een beroep wel haalbaar is.

Ook sociaal werk kan veel betekenen in de verbinding tussen mens en natuur. Zo kan de natuur gebruikt worden als een krachtig middel. Denk bijvoorbeeld aan een jongerenwerker die ‘walk and talk coaching’ toepast in de natuur. Het is bekend dat dit leidt tot grote verbeteringen in het mentale welzijn van cliënten. Ook kunnen sociaal werkers ijveren voor gelijke toegang tot groene ruimtes bij de plaatselijke wethouder, zoals de versteende wijk uit het voorbeeld. Want groen in de buurt is niet voor iedereen vanzelfsprekend - en dat vergroot de sociale ongelijkheid. Amerikaans onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat zwarte gemeenschappen drie keer meer kans hebben om in een natuurarme omgeving te wonen dan witte gemeenschappen. Verder kan een sociaal werker pleiten voor rechtvaardig duurzaamheidsbeleid door bijvoorbeeld bewoners en betrokkenen te mobiliseren voor actie. Een recent voorbeeld zijn de protesten tegen de verbreding van de A27 ten koste van landgoed Amelisweerd.

Oorzaken aanpakken

Als sociaal werk de verbinding tussen mens en natuur blijft negeren, dan heeft dat diepgaande gevolgen. Sociale problemen zullen verergeren doordat de leefomgeving verslechtert en dieperliggende oorzaken niet worden aangepakt. Net als in de wijk uit het voorbeeld zullen psychische klachten en sociaal isolement blijven bestaan zonder een ecosociaal perspectief. Ook worden kwetsbare groepen nog kwetsbaarder en groeit daarmee de sociale ongelijkheid. Dit treft vaak mensen die in wijken wonen waar weinig natuur te vinden is. De sociaal werker dreigt daarom aan relevantie te verliezen als het geen onderdeel is van de oplossing van de klimaatcrisis.

Werkgevers in het sociale domein en opleidingen sociaal werk moeten daarom de handschoen oppakken en de verbinding tussen mens en natuur centraal stellen. Werkgevers kunnen dat doen door professionals te trainen in natuurinclusief werken en eocsociale stageplekken aan te bieden. Opleidingen moeten hun curricula aanpassen, zodat er een nieuwe generatie ecosociaal werkers worden opgeleid die mens en natuur met elkaar verbinden.

De weg vooruit begint bij één keuze: erkennen dat het welzijn van mensen nooit losstaat van de wereld waarin ze leven.

Dr. Maarten ter Huurne is hogeschoolhoofddocent aan de Hogeschool Utrecht en onderzoeker bij het lectoraat Duurzame Gemeenschappen.

Bloedspoor

Rocker, kunstschilder, schrijver en ‘dominee’ Hermanus Brood sprak ooit de legendarische woorden: ‘Bekommer u niet om het spoor van vernieling dat u achter u laat.’ Een raadselachtig adagium.

Wanneer hij die woorden sprak, weet ik niet meer. Het kan zomaar tijdens de gedenkwaardige aflevering van Villa Felderhof zijn geweest. Misschien wel terwijl majoor Alida Bosshardt onbekommerd Hermans rug inzeepte. Dat televisiemoment is me wel altijd bijgebleven.

Destijds klonk het mij als een combinatie van apologie, excuus en justificatie in de oren. Tegelijkertijd was het ook een soort vrolijk schouderophalen. Zo gaat het leven. Je blundert er zo nu en dan op los. Blijf daar niet in hangen. Leef nu.

Ondraaglijke lichtheid wellicht. Mogelijk gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. In ieder geval gevoel voor humor. Daar kun je het mee eens zijn of niet. Het haalt hoe dan ook de zwaarte weg van (al dan niet bewust) gemaakte misstappen en creëert ruimte om opgewekt de nieuwe dag te beleven.

Kabinet Jetten

Die had ik wel even nodig. Dat blij gemoed. Want het spoor van vernieling dat het kakelverse coalitieakkoord door de Nederlandse samenleving gaat trekken, is echt verwoestend. Neoliberalisme 3.0. Ja, ik sla 2.0 gewoon over. Het kabinet-Jetten blundert er rampzalig op los.

De hardwerkende Nederlander – niet de VVD-definitie! – die iedere dag bezig is de financiële touwtjes aan elkaar te knopen, die iedere dag formulieren moet invullen om te bewijzen dat er recht op (inkomens)ondersteuning bestaat, die iedere dag door de digitale bureaucratie ploetert om (niet) te ontdekken waar hulp te vinden is, die iedere dag brieven van de overheid ontvangt in jargon dat de inhoud onbegrijpelijk maakt, die hardwerkende Nederlander betaalt wederom de torenhoge prijs.

WIA, WW, bijstand, vrijheidsbijdrage, hoger eigen risico, langer doorwerken, verkeersboetes. De zwaarste lasten vallen op de kwetsbaarste schouders. Doorrekening van het CPB toont aan dat werkenden met een minimuminkomen het slachtoffer zijn. Wederom. De kaalslag van het sociale vangnet is hemeltergend. Om nog maar te zwijgen over het in eerste instantie schrappen van het plan om mensen die recht op bijstand hebben proactief te benaderen en het uitblijven van doortastende maatregelen om de doorwerking van de oorlog in het Midden-Oosten te dempen.

Terwijl de hypotheekrenteaftrek blijft, het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 verzacht wordt, vooral de hogere inkomens van de nieuwe kindregeling profiteren en er geen enkele moeite wordt gedaan om het fiscale stelsel te hervormen om belastingontwijking te voorkomen. De draagkrachtige schouders van degenen die vanuit hun bubbel van overdaad, de mensen die dagelijks in bestaansonzekerheid leven be- en veroordelen, ontspringen de dans. Met dank aan de akelig rechtse agenda van het huidige kabinet.

Losgezongen

Hoe wereldvreemd kun je zijn? De Haagse ivoren torens bereiken in hun hoogte een nieuw dieptepunt. Moedwillig en harteloos. Om het electoraat te bekoren. Want laten we wel wezen: geldgebrek is geen natuurverschijnsel en armoede is een verdelingsvraagstuk. Waarop opnieuw het antwoord niet wordt gegeven. Het coalitieakkoord is nog erger dan de drie aapjes: het is stupide, kortzichtig, onwetend, onmenselijk en meedogenloos.

Bestaansonzekerheid heeft een levensbrede invloed en werkt diep door in volgende generaties. De kortzichtige bezuinigingen nu, zijn de (letterlijk en figuurlijk) kostbare problemen van morgen. Niet dat de huidige regering zich iets van die toekomstige schade aantrekt. Onvergeeflijk.

Het bloedspoor dat achterblijft is afschuwelijk. Armoedecijfers zullen stijgen, problematische schulden gaan groeien, niet-gebruik van inkomensondersteunende maatregelen blijft bestaan, dakloosheid gaat oplopen en vereenzaming zal toenemen. Dat begrijpt iedereen met een greintje gezond verstand.

Het ergste van allemaal is, dat ook daarvoor een narratief bedacht zal worden, zodat de schuld opnieuw in de schoenen wordt geschoven van degenen die echt niet met opzet verder geïsoleerd raken en grote financiële problemen hebben. Vergeet niet: armoede is geen keus. Het is het gevolg van een falend systeem en opzettelijk politiek beleid van dit minderheidskabinet.

Wending

Het wordt tijd voor een omkering. Geef gewoon toe dat het niemand een zier interesseert, sterker nog, dat die desinteresse breed gedragen politieke mores en partijdiscipline is. Dan kunnen we met open vizier vaststellen dat de afbraak doelbewust is. Dat het veroorzaken van meer armoede en het in stand houden van inkomensonveiligheid staand beleid is. Dat het bestaan en groeien van inkomens- en kansenongelijkheid de regeringspartijen ten enenmale onverschillig laat. Wees daarover eerlijk.

Beter nog: maak vooral zo snel mogelijk daarna de draai terug van individuele kwetsbaarheid naar collectieve zekerheid en solidariteit. Toon dat greintje menselijkheid.

Laten ze ook stoppen met bewindslieden uit de wind houden door slimmigheden na Kamervragen, door gevoelige – of zelfs ongewenste – beleidswijzigingen zo te bundelen en in te pakken dat ze alleen de minutieuze lezer opvallen. Zoals nu over de noodmaatregelen om de hoge energieprijzen te beperken, waardoor er nauwelijks geld overblijft voor andere voorzieningen, en het afromen van de tijdelijke middelen voor de uitwerking van tijdelijke maatregelen voor de preventie van schulden.

Ik houd mijn hart vast. Want de kloof tussen hoopvollen en hooplozen wordt onoverbrugbaar. De schade van dit akkoord kan wel eens onherstelbaar zijn. Een onhoudbaar naderende ramp. Wat ook ernstige maatschappelijke gevolgen gaat hebben. De gistende ontevredenheid, woekerende verontwaardiging en vurige woede nemen ongetwijfeld toe. Polarisatie en extremisme vinden precies daarin hun voedingsbodem. Die door de politiek, door Forum voor Democratie en PVV, gretig aangeboord en geëxploiteerd worden. Vreemd hè, dat ze (ook lokaal) groeien in zetels?

The road not taken

Het gaat stormen. De wind bereikt topsnelheden. Slachtoffers zullen vallen. Buiten onze invloed om. Dus nogmaals, hoe vreemd het ook klinkt: bekommer u niet. Of in geheel andere bewoordingen: this too shall pass. Mijn eigen vertaling: reik niet verder dan je eigen cirkel van invloed. Werk daar. Zorg daar. Ondersteun daar. De rest is aan anderen. In hun eigen kring. Die mogelijk op een dag samenvloeit met de mijne. Of de jouwe. Een kring die dan van ons wordt. Waarna wellicht nog een andere kring aansluit. Waardoor ons bereik als zachte kracht groeit. Door vanzelfsprekende en broodnodige beweging vanuit bezieling en mededogen. Want dat is het maximaal haalbare. Voor eenieder van ons. Een gezamenlijk lichtspoor. Heilzaam. Onmisbaar. De weg voorwaarts. Tijdens de storm. Vanaf vandaag.

Maarten Bergman

‘Zet jongens niet weg als gevaarlijk’

Djoeke Ardon verzorgt de Participatielezing 2026, over de manosphere

Onderzoeker Djoeke Ardon houdt op 23 april 2026 de jaarlijkse Participatielezing van Movisie. Ze was een van de eersten in Nederland die zich verdiepte in de manosphere. Een complex fenomeen waar vaak op een te simpele manier naar wordt gekeken. Ardon pleit ervoor om open en empathisch te kijken naar de omstandigheden van jongens.

Door Tea Keijl

Djoeke Ardon werkt als onderzoeker bij Movisie al jaren aan het tegengaan van genderongelijkheid. Haar Participatielezing bouwt ze op aan de hand van onderzoeken uit met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar ook door vele gesprekken met professionals, docenten en ouders in Nederland. Bovendien struint ze zelf rond op sociale media van influencers die propageren dat jongens en mannen gespierd moeten zijn en dat ze vrouwen kunnen domineren. En die vaak ook verkondigen hoe je snel geld kunt verdienen. ‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben. En video’s die viraal gaan, bereiken een veelvoud hiervan.’ Uit Brits onderzoek blijkt dat 80 procent van de jongeren daar Brits-Amerikaanse influencer Andrew Tate kent.

De krochten van het internet

In de Participatielezing duikt Ardon in de ontstaansgeschiedenis van de manoshpere. Rond de eeuwwisseling gebeurden er in de krochten van het internet al dingen die nu aan te wijzen zijn als de wortels van het gedachtegoed. Ze stuit op extreme verhalen: ‘Die gaan over getraumatiseerde jongens die het gevoel hadden dat ze er niet bij hoorden. Online vonden ze elkaar en zo ontstonden hechte gemeenschappen.’

Gedetailleerde theorieën

De incel-beweging van mannen die onvrijwillig geen seks hebben, stamt ook uit die periode. ‘In die community werd de frustratie over geen vriendin kunnen krijgen gekoppeld aan vrouwenhaat’, legt Ardon uit, ‘omdat vrouwen alleen mannen willen die voldoen aan de strikte normen. Ze ontwikkelden daar extreme theorieën bij, die tot in detail verklaarden waarom zijzelf tot de incels behoorden. Ze analyseerden bijvoorbeeld wat de perfecte mannelijke kaaklijn was. Dit gedachtegoed is nu nog terug te zien, bijvoorbeeld in de online trend Looksmaxxing.’

Giftig

Uiterlijke normen waren voor vrouwen altijd al erg belangrijk, maar voor mannen is dit een relatief nieuw fenomeen: als man kon je voor de tijd van de influencers met hun getrainde lichamen prima succesvol zijn op basis van andere kwaliteiten. Op zich is er volgens Ardon niets mis mee dat jongens en mannen gestimuleerd worden om te sporten, maar: ‘Het giftige van de manosphere is dat het vertrekt vanuit het idee dat mannen in feite waardeloos geboren worden en dat dit de enige optie is om succes te kunnen hebben.’

Worstelen

En dat is volgens Ardon belangrijk om bij stil te staan: ‘Er wordt vaak te simpel over gedacht. ‘Er is toch niks mis met mannelijkheid?’ zeggen ze dan. Dat zou het inderdaad niet zijn als het vanuit een positieve en zelfaccepterende beweging voort zou komen. Maar nu is een heel belangrijke vraag: waar worstelen jongens en mannen toch mee? Dat moet wel heel diep gaan als ze gaan geloven in overtuigingen als dat liefde altijd enkel transactioneel is, dat is zo’n keihard wereldbeeld.’

Verklaringen

In de Participatielezing legt Ardon een aantal tendensen bloot die mogelijk verklaren waarom jongens en mannen zich aangetrokken voelen tot de manosphere. De kern van het issue is volgens haar dat het beeld van hoe mannen zouden moeten zijn tegenwoordig zo enorm sterk is. ‘Jongens zitten vast in de box van mannelijkheid, ze mogen niet onzeker zijn. Maar daaronder zit vaak juist wel een behoefte om zacht te zijn, en daar is dus geen ruimte voor. Zeker niet in de competitieve samenleving van nu.’

Effectief reageren

Ze werkt dit tijdens de lezing verder uit, en dat helpt om op een effectieve manier te kunnen reageren op de manosphere-denkbeelden. ‘Als je weet waar het vandaan komt en hoe het in elkaar steekt, dan herken je uitingen in de mainstream ook beter als uitvloeisels van de manosphere.’ Ardon ziet het overigens als een vraagstuk waar de hele samenleving iets mee moet: ‘Niet alleen beleidsmakers of sociaal professionals, maar ook alle ouders, elke docent. Als ik maar één ding mee zou mogen geven, dan is het dat repressie, dingen verbieden en jongens en mannen wegzetten als gevaarlijk en risicovol niet de manier is. In het Verenigd Koninkrijk is dat een veelgekozen aanpak, maar het werkt niet. Hiermee creëren we weerstand en vervreemden we jongens en mannen juist.’

Verlieservaringen

Ardon bepleit om juist met een open en empathische houding te kijken naar de huidige omstandigheden van jongens. Een deel ervaart al dan niet terecht verlies, signaleert ze. Ze haalt daarbij onderzoek aan dat laat zien dat jongens – veel meer dan meisjes – uit arme wijken en gezinnen daar hun hele levensloop last van hebben. Ze wijst ook op recente Nederlandse cijfers. ‘Bij de vrouwen ligt het percentage dat een universitaire bachelor haalt, 8 procent hoger dan bij de mannen. Ik heb de indruk dat hier nu minder aandacht voor is dan toen het andersom was.’

Uitnodigende houding

Een terechte beleidsvraag zou daarom kunnen zijn hoe het komt dat vrouwen het beter doen in het onderwijs. En in het algemeen zouden we wat Ardon betreft een meer uitnodigende houding moeten aannemen tegenover mannen, zodat die de ruimte voelen om over hun mentale issues willen praten. Ze juicht het initiatief van een aantal (oud)profvoetballers die dit onder andere in de documentaire Echte mannen huilen niet promoten, dan ook van harte toe. Tegenover de verliesgevoelens kan een positieve boodschap van rolmodellen ook helpen, stelt Ardon tot slot: ‘Zoals Tim Hofman, die laat zien dat spieren prima samen kunnen gaan met nagellak. Of de voormalig commando Dai Carter, met zijn missie voor mentale kracht en aandacht voor emotionele en spirituele vaardigheden.’

Participatielezing 2026

De manosphere staat centraal in de negende Participatielezing van Movisie. De lezing wordt verzorgd door Djoeke Ardon en vindt op 23 april 2026 plaats in debatcentrum Arminius in Rotterdam. Je kunt je nu aanmelden.

Online influencers die jongens en mannen oproepen stoer te zijn, hun spieren op te pompen en vrouwen te domineren: welkom in de ‘manosphere’. Alom wordt de noodklok geluid. Er zijn veel zorgen over de manosphere en geweld tegen vrouwen, intimidatie op scholen en radicalisering.
Toch is er nog weinig bekend over hoe groot de manosphere is. Waarom vallen (jonge) mannen voor deze influencers? Verbeeldt de manosphere een noodkreet van mannen die in een existentiële crisis verkeren over de maatschappelijke verwachtingen van hun rol als man?

In de Participatielezing 2026 van Movisie gaat onderzoeker Djoeke Ardon in op de populariteit van de manosphere. Is het een hype of moeten we ons wel degelijk zorgen maken? Wat leert de manosphere ons over jonge mannen in deze tijd? En wat kunnen we ertegen doen? Djoeke Ardon (1992) werkt als onderzoeker en adviseur bij Movisie. Ze houdt zich bezig met gendergerelateerd geweld en het tegengaan van man-vrouwdenken in onze samenleving. Ze werkt daarbij nadrukkelijk aan handelingsperspectieven.

Praktische informatie

  • Datum: vrijdag 23 april 2026.
  • Locatie: Debatpodium Arminius, Museumpark 3, 3015 CB Rotterdam.
  • Tijd: 14:30 – 17:00 uur. Inloop vanaf 14:30 uur. De Participatielezing begint om 15:00 uur en eindigt om 16.30 uur met aansluitend een borrel.
  • Toegang: Gratis.
  • De Participatielezing is alleen fysiek bij te wonen. De lezing wordt wel opgenomen en is later terug te kijken.
  • Aanmelden kan via deze link

    125 jaar sociale zekerheid

    In 1901 werd de eerste sociale verzekeringswet in Nederland aangenomen: de Ongevallenwet.  Daarmee werd een kiem gelegd voor het stelsel van sociale zekerheid zoals we dat nu kennen, precies 125 jaar later.

    Zo’n mijlpaal nodigt niet alleen uit tot een feestelijke terugblik, maar ook tot reflectie. Hoe staat ons stelsel er nu voor? Ervaren cliënten de bescherming die beleidsmakers, werkgevers en sociale partners voor ogen hebben? En vooral: hoe zorgen we dat sociale zekerheid toekomstbestendig blijft? Deze vragen stonden centraal tijdens twee recente bijeenkomsten: een toekomstverkenning met 2050 als horizon en een gesprek met jongeren over werk, zekerheid en meedoen.

    Toekomstverkenning: Sociale zekerheid in 2050

    Op het ministerie van SZW kwam op 20 januari een groep beleidsmakers en strategen bijeen voor de startbijeenkomst van het jubileumjaar, georganiseerd door UWV, SZW, Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) en CPB. Centraal stond de vraag: hoe ziet sociale zekerheid eruit in 2050? Deze bijeenkomst gebruikte de vier toekomstscenario’s uit de CPB-verkenning ‘Kiezen voor later’ als vertrekpunt: Markt, Autonoom, Samen en Duurzaam.

    Elk scenario brengt andere uitdagingen en keuzes met zich mee voor sociale zekerheid, maar allemaal draaien ze om hetzelfde ‘trilemma’: het evenwicht en de uitruil tussen i) inkomensbescherming, ii) activering richting werk en iii) eenvoud in uitvoering. Een sterke nadruk op één of twee doelen gaat vaak ten koste van één of twee andere: meer bescherming maakt het stelsel meestal duur en complex, sterke activering kan de bescherming onder druk zetten, en vereenvoudiging houdt vaak minder maatwerk in.

    Vervolgens gingen de deelnemers aan de slag met de scenario’s. Daarbij stond de volgende aanname centraal: ‘in 2050 is het stelsel van sociale zekerheid eenvoudig, zowel voor burgers als voor de uitvoering.’ Voor elk van de vier scenario’s werd dus een toekomst verkend waarbij vereenvoudiging het uitgangspunt was. Dit leidde tot zeer uiteenlopende werkelijkheden in 2050, van lage uitkeringen en groeiende ongelijkheid tot versterkte sociale cohesie en lokale burgerinitiatieven, van een samenleving met baangaranties tot een basisinkomen.

    Een belangrijke conclusie luidde dan ook dat vereenvoudiging, hoewel breed gewenst, nooit neutraal is. De bijeenkomst leverde geen voorkeur in toekomstscenario’s op; het doel was om inzichtelijk te maken waar belangrijke spanningen zitten. De scenario’s boden deelnemers een gezamenlijk referentiekader om die afwegingen te bespreken en om verder te denken over de toekomst van sociale zekerheid.

    Meer lezen? Bekijk het verslag van de toekomstverkenning: Toekomstverkenning 125 jaar sociale zekerheid.

    Jongeren en sociale zekerheid: Aansluiten bij een nieuwe generatie

    In Amsterdam organiseerden het Nederlands Genootschap Sociale Zekerheid (NGSZ) en het Nederlands Instituut voor Sociale Zekerheid (NISZ) op 4 februari een bijeenkomst met jongeren en professionals, waaronder beleidsmakers. Centraal stond de vraag: hoe blijft het stelsel van sociale zekerheid aansluiten bij jongeren, nu hun levens en loopbanen er anders uitzien dan toen veel sociale wetten werden gemaakt? In de woorden van Lotte Prins (SER Jongerenplatform): ‘Dertig jaar geleden was het anders om jong te zijn dan nu. Als beleid daar geen rekening mee houdt, sluit het niet aan op onze levens.’

    Uit de Jongerenverkenning ’t Tij Keren van het SER Jongerenplatform bleek dat onzekerheid over werk, wonen en inkomen zich opstapelt bij jongeren. Ruim de helft van hen geeft aan te weinig te verdienen om rond te komen, en één op de vijf jongeren met een flexibel contract is ontevreden over het werk. Beide problemen hebben directe gevolgen voor mentale gezondheid en dagelijks functioneren.

    Wieke Smit (PensioenLab) en Tamar van Bokhoven (Jongerendenktank van de Belastingdienst) benadrukten de noodzaak om jongeren structureel te betrekken bij beleid: benader hen niet als doelgroep, maar als mede-ontwerpers. Smit: ‘Als je jongeren pas aan het einde vraagt wat ze ervan vinden, ben je eigenlijk al te laat’. Een interactieve tool over toeslagen, met jongeren ontwikkeld en getest in een mbo-klas, bleek bijvoorbeeld veel effectiever dan traditionele voorlichting. Van Bokhoven vertelde dat jongeren na afloop zeiden: ‘Als ik straks achttien ben, ga ik meteen zorgtoeslag aanvragen.’ Dat moment maakte zichtbaar wat begrijpelijke informatie kan doen.

    In het panelgesprek kwamen concrete ervaringen aan bod. Ihab Laachir (JongPIT) vertelde hoe jongeren met een beperking voortdurend moeten uitleggen wat ze nodig hebben. Abdelhaq Jermoumi, wethouder in Leiden, deelde een succesverhaal: dakloze jongeren kregen tijdelijk een onvoorwaardelijke uitkering, wat hen ruimte gaf om hun leven weer op te pakken.

    Beleid, uitvoering en dienstverlening worden dus beter wanneer jongeren structureel worden betrokken. Regels en communicatie moeten aansluiten op hun leefwereld, met aandacht voor mentale gezondheid en kwetsbare groepen.

    Meer lezen? Bekijk het verslag van de bijeenkomst met jongeren: In gesprek met jongeren over werk, zekerheid en meedoen.

    Denk mee!

    Beide bijeenkomsten laten zien dat sociale zekerheid nooit af is. Het stelsel moet blijven meebewegen met veranderingen in de samenleving, technologie en arbeidsmarkt. Het jubileumjaar 125 jaar sociale zekerheid biedt volop gelegenheid om mee te praten en te denken over de toekomst. Op de website 125jaarsocialezekerheid.nl vind je een overzicht van komende activiteiten, verslagen en achtergrondinformatie. Sluit aan bij het debat en ontdek hoe jij kunt bijdragen aan een toekomstbestendig stelsel!

    Timor El-Dardiry, strategisch beleidsadviseur bij UWV

    Hoezo; we leven in een rijk land!?

    Tja, hoe moet je deze kop nu lezen? Kies maar, zou ik bijna zeggen. Er zijn twee duidelijk verschillende interpretaties en ik hoor en zie ze allebei voorbijkomen.

    Als ik oppervlakkig om me heen kijk, zou je op het spoor kunnen zitten dat we écht in een rijk land wonen. De restaurants zitten vol; eten zonder reservering gaat niet. De pretparken floreren als nooit tevoren en de meest wilde vakanties zijn “gewoon” geworden. Maar ik wil niet oppervlakkig kijken, want ik weet dat er ook een andere werkelijkheid is.

    Sinds mijn vroeg pensionering begin 2025, ben ik vrijwillig bestuursvoorzitter van Stichting Leergeld Parkstad. Het werd tijd voor mij om iets terug te geven aan de maatschappij. Ik heb in mijn jeugd en mijn latere carrière alle kansen gekregen om me te ontwikkelen. Het gevolg was een prachtige baan met een dito inkomen. Altijd in het sociale domein. Dat is niet alleen een interessant werkgebied, maar er is ook veel te doen.

    Als je in Nederland kwetsbaar bent, op welke manier dan ook, dan is meedoen aan onze samenleving niet vanzelfsprekend. Hoe hard we ook met z’n allen roepen dat we inclusief willen zijn, de werkelijkheid is dat absoluut niet. Dat merkte ik als bestuurder bij MEE, waar iedere dag duidelijk was dat mensen met een beperking in onze samenleving behoorlijk op achterstand staan. In werk, in beschikbare financiële middelen en eigen regie op hun leven.

    En nu zie ik het ook in mijn eigen regio op het vlak van armoede.

    Natuurlijk wist ik door mijn werkervaring bij diverse sociale diensten dat het aantal mensen met een uitkering in Zuid Limburg groot is. Maar toch schrik ik van de aantallen kinderen dat aangewezen is op voorzieningen van bijvoorbeeld Stichting Leergeld. In Parkstad jaarlijks bijna 6.000! En dan is het nog maar de vraag of we iedereen hebben weten te bereiken. Zij ontvangen een schoolspullenpas, een fiets of laptop en we zorgen er samen met het Jeugdfonds Sport en Cultuur voor dat zij lid kunnen zijn van een (sport)vereniging of een muziekinstrument kunnen bespelen. Hele normale dingen toch? Zou je zeggen, maar voor al deze kinderen dus niet vanzelfsprekend.

    Maar, we leven toch in een rijk land?

    Inderdaad; ons land is rijk! Dat is absoluut een feit. Maar we zijn er blijkbaar niet zo goed in met elkaar om onze rijkdom ook een beetje eerlijk te verdelen. Als je genoeg geld en goederen hebt, dan weet je misschien niet eens dat er ook een andere wereld in je eigen omgeving is. Als ik uitleg wat ik nu in mijn vrije tijd doe en daar wat getallen bij noem, dan schrikt iedereen. Het kan toch niet waar zijn dat er zoveel kinderen in armoede leven?

    Jawel; het is wel onze realiteit. En door landelijk de definities van “armoede” aan te passen, verandert niet de dagelijkse werkelijkheid van een kind dat geen sinterklaascadeautjes krijgt of nog nooit naar een theater is geweest omdat de kaartjes veel te duur zijn. Het zorgt er ook niet voor dat een kind, net als de vriendjes en vriendinnetjes, naar de scouting kan, of de voetbalclub.

    Het wrange is dat een steeds groter deel van deze kinderen werkende ouders heeft. Ja, twee werkende ouders zelfs. Het vaak gehoorde adagium “dan moeten ze maar gaan werken”, gaat echter niet meer op. Waar gaat het dan mis? Dat is een grote politieke vraag die ik hier niet kan beantwoorden.

    Het enige wat ik kan en zal doen, is mij samen met heel veel vrijwilligers in onze regio inzetten om ervoor te zorgen dat onze kinderen wél kunnen meedoen aan de samenleving in de hoop de achterstand op latere leeftijd te voorkomen.

    Irene Thuis (vrijwillig) bestuursvoorzitter Stichting Leergeld Parkstad

    Dag van het Leerlingenvervoer 2026: Een dag die verder kijkt dan systemen

    Leerlingenvervoer gaat over meer dan het dagelijks verplaatsen van kinderen van huis naar school en weer terug. Het raakt aan onderwijs, zorg, jeugdhulp, mobiliteit en bestaanszekerheid. Voor duizenden leerlingen in Nederland is het vervoer een noodzakelijke voorwaarde om onderwijs te kunnen volgen. Tegelijkertijd staat het leerlingenvervoer regelmatig in de schijnwerpers. In media en politiek ligt de nadruk vaak op wat schuurt: personeelstekorten, lange reistijden, kostenstijgingen en incidenten. Dat beeld is herkenbaar, maar onvolledig.

    Naast de knelpunten gebeurt er dagelijks ook veel dat wél werkt. Professionals zetten zich met overtuiging in voor kinderen die afhankelijk zijn van vervoer. Gemeenten zoeken samen met ouders en scholen naar passende oplossingen. Vervoerders leveren maatwerk in een steeds complexere context. Die werkelijkheid is gelaagd en vraagt om nuance, dialoog en gezamenlijke reflectie.

    De Dag van het Leerlingenvervoer 2026, op 5 februari in concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen, biedt ruimte om juist die gelaagdheid te verkennen. Niet door snel te oordelen, maar door samen stil te staan bij wat we doen, waarom we het doen en wat dat betekent voor leerlingen, ouders en professionals.

    Verschillende perspectieven aan tafel

    Het programma van de Dag van het Leerlingenvervoer brengt stemmen samen uit beleid, praktijk, belangenbehartiging, wetenschap en ervaring. Daarmee laat de dag zien dat kwaliteit in leerlingenvervoer nooit vanuit één invalshoek te begrijpen of te verbeteren is.

    Een vaste rol is weggelegd voor de Vereniging Leerlingenvervoer (VLLV). Deze vereniging is opgericht om de belangen te behartigen van consulenten en beleidsmedewerkers leerlingenvervoer, en van scholen die dagelijks met dit domein te maken hebben. De VLLV zet zich in voor een realistisch en evenwichtig beeld van het leerlingenvervoer en fungeert als gesprekspartner richting overheid, politiek en andere betrokken partijen. Binnen de vereniging komen professionals samen uit gemeenten, onderwijs en aanpalende domeinen, met als gezamenlijk doel het verbeteren van beleid en uitvoering.

    Tijdens de Dag van het Leerlingenvervoer licht de VLLV toe welke thema’s het afgelopen jaar centraal stonden en welke ontwikkelingen zij ziet voor de komende periode. Daarmee plaatst zij actuele discussies in context en biedt zij handvatten voor het gesprek in de praktijk.

    Ook het gemeentelijk perspectief krijgt nadrukkelijk aandacht. Leerlingenvervoer raakt direct aan gemeentelijk beleid, uitvoering en publieke verantwoording. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) neemt deelnemers mee in wat er landelijk speelt, welke stappen zijn gezet in de ondersteuning van gemeenten en welke ontwikkelingen te verwachten zijn. Dat helpt om individuele vraagstukken te verbinden aan het grotere geheel.

    Leven achter de cijfers

    Behalve voor beleid en systemen is er nadrukkelijk aandacht voor de mens achter het vervoer. Ervaringsdeskundigen laten zien wat in rapportages en contracten vaak onzichtbaar blijft: spanning, vermoeidheid, overprikkeling, onzekerheid, maar ook veerkracht.

    Een ervaringsgerichte bijdrage maakt voelbaar wat autisme kan betekenen voor kinderen die dagelijks afhankelijk zijn van leerlingenvervoer. Door even uit het hoofd te stappen en in het gevoel, ervaren deelnemers hoe keuzes in routes, opstaptijden of communicatie een groot verschil kunnen maken. Niet door uitleg alleen, maar door beleven en reflecteren. Deze invalshoek helpt professionals om hun dagelijkse afwegingen opnieuw te bekijken — met meer oog voor wat kinderen en ouders meemaken.

    Ook de praktijk van het vervoer zelf komt aan bod. Vanuit de taxibranche wordt teruggeblikt op een jaar samenwerken met gemeenten en belangenorganisaties. Welke beelden bestaan er over kwaliteit, en hoe zijn die het afgelopen jaar veranderd? Wat gaat goed, waar wringt het en hoe kunnen partijen elkaar beter vinden? Deze vragen raken direct aan de maatschappelijke waarde van leerlingenvervoer hetgeen onderzoeksbureau Anderzoek momenteel onderzoekt.

    Spanning in een veranderende context

    Het leerlingenvervoer staat onder druk. Het tekort aan chauffeurs en begeleiders, stijgende kosten, veranderende wet- en regelgeving en hoge verwachtingen van ouders en samenleving maken het werk complexer. Tegelijkertijd groeit het besef dat leerlingenvervoer niet los gezien kan worden van bredere ontwikkelingen in onderwijs en zorg.

    Juist in deze context is het nodig om vanuit verschillende invalshoeken te kijken naar kwaliteit. Niet alleen naar normen en contractafspraken, maar ook naar ontwikkeling, zelfredzaamheid en lange termijn effecten. De Dag van het Leerlingenvervoer biedt ruimte om die spanning te benoemen en gezamenlijk te verkennen hoe kwaliteit geborgd kan blijven in een steeds uitdagender speelveld.

    Wat eerdere edities hebben opgeleverd

    Terugblikken op eerdere edities laat zien dat deze gezamenlijke reflectie loont. Een belangrijk inzicht dat in voorgaande jaren is versterkt, is dat kinderen vaak tot meer zelfstandigheid in staat zijn dan vooraf wordt gedacht. Projecten en pilots rond zelfstandig reizen laten zien dat leerlingen, met de juiste begeleiding, vaardigheden kunnen ontwikkelen, waardoor hun wereld vergroot. Dat levert niet alleen winst op voor het vervoer zelf, maar vooral voor het zelfvertrouwen en de toekomstkansen van kinderen.

    Deze positieve ervaringen nodigen uit tot verdere uitbreiding en verdieping. Niet ieder kind kan of hoeft zelfstandig te reizen, maar het bewust onderzoeken van mogelijkheden in plaats van uitgaan van beperkingen, blijkt waardevol.

    Vooruitkijken naar 2026

    De Dag van het Leerlingenvervoer 2026 kijkt niet alleen terug, maar ook vooruit. Welke maatschappelijke vragen dienen zich aan? Hoe verhouden kostenbeheersing en kwaliteit zich tot elkaar? Wat vraagt dit van samenwerking tussen gemeenten, vervoerders, scholen en ouders? En hoe zorgen we dat de stem van kinderen zelf voldoende wordt gehoord?

    Door onderzoek, praktijkervaring en beleid met elkaar te verbinden, ontstaat ruimte voor nieuwe inzichten. Niet als blauwdruk, maar als gezamenlijke zoektocht.

    Verder kijken dan systemen

    De titel van deze dag is niet toevallig gekozen. Systemen zijn nodig: wetten, regels, contracten en structuren geven houvast. Maar leerlingenvervoer gaat uiteindelijk over mensen. Over kinderen die veilig en met vertrouwen naar school willen. Over ouders die hun kind loslaten. Over professionals die dagelijks afwegen wat passend en haalbaar is.

    De Dag van het Leerlingenvervoer 2026 nodigt uit om verder te kijken dan systemen alleen en samen te werken aan vervoer dat recht doet aan de complexiteit én de menselijke maat.

    Aanmelden kan via: Dag van het leerlingenvervoer 2026 - Carolien Aalders

    Carolien Aalders, Docent en adviseur Leerlingenvervoer

    Het hoofd dat niet op stil kan

    Twee maanden geleden zat ik met een vriendin te praten. Midden dertig, manager, verantwoordelijk voor een team jonge professionals. Ze vertelde me hoe ze 's avonds op de bank zit met Netflix aan, maar eigenlijk continu nadenkt over haar werk. Die ene medewerker die dreigt vast te lopen, budget dat niet klopt, reorganisatie die eraan komt. "Ik wéét dat ik er nu niks aan kan doen," zei ze. "Maar ik kan het niet loslaten."

    Vorige week hoorde ik dat ze ziek thuis zit met flinke burn-out klachten.

    Het raakte me meer dan ik had verwacht. Niet alleen omdat ik om haar geef, maar omdat ik me afvraag: wat maakt dat de een uitvalt en de ander niet? Niet in de zin van "wie doet het beter", maar echt: wat is hier aan de hand? En dat ‘niet-kunnen-loslaten’ heb ik ook, dus loop ik dan ook dat risico? 

    De mythe van de harde werker

    We hebben in Nederland een hardnekkig en eigenaardig ideaal. De professional die altijd bereikbaar is en 's avonds nog even mail checkt. Die in het weekend zakelijke appjes beantwoordt en tegelijkertijd speelt met de kinderen. We noemen dat betrokken, gedreven en toegewijd. En ergens hebben we dat verheven tot professioneel goed gedrag.

    Onderzoek vertelt een ander verhaal. Een longitudinale studie volgde werkende volwassenen gedurende een jaar en bekeek hun vermogen tot "psychological detachment” oftewel mentaal loslaten. De resultaten zijn confronterend: mensen die beter konden loskoppelen van hun werk, hadden na dat jaar significant minder emotionele uitputting, minder angstklachten en een hogere score op hoe tevreden ze waren over hun leven. Maar het meest interessante? De mensen die tijdens dat jaar leerden om beter los te laten, lieten de grootste verbetering zien in mentale gezondheid. Het vermogen om los te laten is dus niet aangeboren. Het is aan te leren. 

    Het is niet de werkdruk, het is wat je ermee doet na werktijd

    Hier komt het ongemakkelijke deel. Want we praten veel over werkdruk. Te weinig mensen, te veel werk, te weinig tijd. En ja, dat is allemaal waar. Maar andere onderzoeken laten zien dat medewerkers met hoge werkdruk die wél goed mentaal kunnen loskoppelen, significant minder burn-outklachten vertonen dan collega's die niet kunnen loslaten. 

    Lees die zin nog een keer. Het is dus niet alleen de stress zelf. Het is vooral wat er gebeurt ná werktijd. Of je hoofd is achtergebleven op kantoor. Of je 's nachts wakker ligt van problemen op het werk of met oplossingen die je uit je slaap houden. Of je tijdens het eten met je partner eigenlijk aan die vervelende mail zit te denken.

    In de psychologie heet dit ruminatie. Ik noem het piekeren. Dat eindeloze gedachtemalen zonder dat je tot nieuwe inzichten komt. En hier wordt het link met burn-out echt duidelijk: ruminatie houdt je sympathische zenuwstelsel geactiveerd. Je stresshormonen blijven hoog en zo ook je hartslag. Je lichaam denkt dat je nog steeds aan het werk bent, ook al lig je in bed.

    De cijfers die we liever niet zien

    Een kwart van de werknemers tussen achttien en vierendertig jaar heeft burn-outklachten. Bij studenten in het hoger onderwijs ligt dat percentage boven de vijftig procent. Drieënveertig procent van de jongvolwassenen voelt zich heel vaak gestrest. We kunnen doen alsof dit een individueel probleem is. Alsof mensen gewoon beter moeten leren omgaan met stress en veerkrachtiger moeten zijn. Allemaal aan de yoga en mindfulness. 

    Maar de verantwoordelijkheid ligt wat mij betreft niet alleen bij het individu. In veel teams heerst een impliciete norm. Je bent een goede professional als je betrokken bent en altijd dat stapje extra zet. We zien het, normaliseren het en het applaus volgt. Maar wat zeggen we daarmee tegen de professional die om vijf uur de laptop dichtslaat en daadwerkelijk stopt met nadenken over werk? Die de werktelefoon uitzet in het weekend? Die nee zegt tegen die extra verantwoordelijkheid omdat ze haar grenzen kent?

    Vaak kijken we net iets minder waarderend naar die persoon. Minder gedreven. Of we zeggen het te bewonderen, maar als het erop aankomt handelen we niet naar die waardering. Terwijl het onderzoek aantoont dat juist die persoon het langste vol zal houden. Dat juist die persoon over vijf jaar nog steeds met energie en scherpte het werk doet, terwijl de altijd-maar-doordraaiers uitvallen. 

    Dus hier is de vraag die ik aan jullie wil voorleggen: wat voor cultuur creëren we eigenlijk?

    Belonen we mensen die grenzen stellen of mensen die ze overschrijden? Vieren we de professional die na een hectische week even offline gaat, of de professional die "gewoon doorwerkt"? Hoe reageren we als iemand zegt: "Ik moet even stoppen, mijn hoofd is vol"?

    Want we kunnen wel praten over burn-outpreventie en duurzame inzetbaarheid en veerkracht. We kunnen cursussen geven en mindfulness-apps aanbieden en het belang van werk-privébalans benadrukken. Maar als de manager tegelijkertijd om negen uur 's avonds mails stuurt en de collega die om half vijf weggaat wordt aangekeken alsof ze parttime werkt, dan is de boodschap glashelder: loslaten wordt niet gewaardeerd hier.

    Geen oplossingen, wel een spiegel

    Ik ga je geen stappenplan geven. Geen vijf tips om beter los te laten of rijtje interventies voor meer psychological detachment. Want eerlijk? Ik ben er zelf ook niet zo’n ster in. 

    Daarom een spiegel want dit onderwerp vraagt om eerlijkheid. Over wat we vragen van mensen in hun werk. Die balans tussen prestatie en welzijn. Misschien verwachten we onmogelijke dingen van professionals: geef alles, maar brand niet op.

    Die manager die uitviel? Die gaf niet te veel om haar team. Ze gaf te weinig om zichzelf. En wij hebben dat aangemoedigd. Of in ieder geval niet ontmoedigd.

    En nu?

    Misschien is de vraag niet hoe we mensen leren beter los te laten. Misschien is de vraag: waarom hebben we een systeem gecreëerd waarin loslaten al een prestatie op zich is geworden?

    Want als een kwart van je jonge professionals uitvalt aan burnout, dan is het probleem niet dat ze niet goed genoeg kunnen ontspannen. Dan is het probleem dat we hebben toegestaan dat een situatie ontstaat waarin permanente mentale overbelasting normaal is geworden.

    De cijfers zijn er. Mensen die mentaal kunnen loskoppelen van hun werk, overleven. Mensen die dat niet kunnen, vallen uit. De vraag is: wat gaan we daarmee doen?

    En belangrijker nog: welk soort professional willen we over vijf jaar nog hebben? De doordraaier die uitgebrand op de bank zit? Of de professional die grenzen heeft leren stellen en daarom nog steeds met energie en scherpte haar werk doet?

    Het antwoord lijkt me duidelijk. De vraag is of we de moed hebben om ons beleid daarop aan te passen.

    Petra Wildoer, Jobcoach bij SWOM (Stichting Studeren en Werken Op Maat).

    Waar kerst even voor iedereen was

    Elk jaar, wanneer kerst eraan komt, vieren veel mensen deze dagen gezellig met familie. Samen eten, cadeautjes uitwisselen en tijd met elkaar doorbrengen, voor velen is dat vanzelfsprekend. Voor dakloze mensen is dit echter vaak niet mogelijk. Door conflicten, geldproblemen of andere omstandigheden hebben zij geen plek om kerst te vieren. Daarom organiseert de Bakkerij in de Marekerk in Leiden elk jaar een kerstdiner voor dakloze mensen, zodat ook zij samen met anderen een warme en gezellige kerst kunnen beleven.

    Hoi, ik ben Mathis, ik ben 16 jaar oud en leerling aan het Stedelijk Gymnasium Leiden. In deze blog neem ik jullie mee in de organisatie en uitvoering van het kerstdiner voor daklozen, waaraan ik zelf heb meegeholpen.

    Hoe ben ik in contact gekomen met dit project?

    Nou,

    Ik zit in 5 vwo op het Stedelijk Gymnasium Leiden en kreeg voor het vak maatschappijleer de kans om een maatschappelijke stage te doen. In ruil daarvoor kregen wij dan vrij van school. Er waren verschillende opties, zoals werken bij de ijsbaan, groente telen voor de voedselbank of deelnemen aan het M25-project van de Bakkerij[1]. Dat laatste sprak mij meteen aan, dus ik schreef me direct in.

    Tijdens de eerste bijeenkomst werden we geïnformeerd over hoe het kerstdiner zou verlopen. Ook werd onze schoolgroep, bestaande uit negen leerlingen, verdeeld in drie verschillende groeppen teams: publiciteit, locatie en financiën. Ik zat in het team financiën. Elke groep had zijn eigen taken. Publiciteit zorgde ervoor dat er door heel Leiden posters hingen, locatie regelde alle benodigde spullen en financiën hield overzicht over het budget.

    Deze voorbereidingen waren leerzaam en leuk. We leerden veel over de doelgroep en konden onze schoolvakken daadwerkelijk toepassen in de praktijk, in plaats van alleen theorie te leren.

    De dag van het diner,

    17/12/2025

    Het was 17 december, de dag van het kerstdiner. Voor mij begon de dag erg relaxed, want we moesten niet naar school, en de verzameltijd was pas om half 1. Toen ik om half 1 bij de bakkerij aankwam, begonnen wij gelijk met alle spullen die naar de Marekerk moesten klaar te zetten. Deze werden namelijk allemaal opgehaald door een busje van een van de andere vrijwilligers. Nadat we ervoor hadden gezorgd dat alle spullen naar de kerk kwamen, gingen we met alle leerlingen, Francine (onze begeleider vanM25) en Femke (de straatpastor) ook naar de Marekerk toe. Eenmaal daar aangekomen, moesten wij vervolgens alle spullen weer uitruimen, en gaan beginnen met het inpakken van de kerstpakketten. Naast dat de daklozen hier mochten eten, kregen zij van ons namelijk ook nog een kerstpakket mee. Dat bestond uit een Dirk bon van 10€, een chocoladereep, een deken, en een cup noedels. Dit pakket hebben wij met behulp van Femke, de straatpastor, in elkaar gezet. Wij rekenden erop dat er ongeveer 200 gasten kwamen, dit betekende dus dat er 200 kerstpakketten in elkaar gezet moesten worden, dit heb ik, samen met andere leerlingen en vrijwilligers van de kerk allemaal gedaan. Toen wij klaar waren met de kerstpakketten, hadden onze medeleerlingen de kerk al leeggemaakt van de kerkstoelen, en ook alle dinertafels en stoelen al klaargezet. Alles was dus klaar om te beginnen.

    Om 17:40 gingen de deuren open voor de daklozen, Ik stond, samen met Femke bij de deur om alle daklozen te begroeten. De gasten werden groots ontvangen via de rode loper: als ze door de deur naar binnen liepen, kwamen ze langs alle vrijwilligers en leerlingen die hen welkom heetten. Bij binnenkomst stonden de Straatklinkers, een koor uit Amsterdam, hun kerstmuziek te spelen. De tafels waren gedecoreerd met kaarsjes en dennentakken, alles zag er magisch uit.

    Het diner begon met een welkomstwoord van Femke, en een van de gasten droeg het kerstverhaal voor. Toen dat afgelopen was, zong Carina, een leerling van mijn school, opera voor de hele zaal. Dit was betoverend, iedereen richtte hun aandacht op haar en luisterde naar de prachtige muziek. Hierna was het tijd, de tijd waar iedereen op gewacht had, etenstijd. De jongeren van de kerk, en de leerlingen bediende alle gasten. Wij hadden hiervoor van tevoren de tafels goed verdeeld. Ik vond dit het leukste gedeelte van de hele avond. Je liep naar iemand toe, maakte even een praatje met ze, en vroeg wat ze graag wilden eten. Daarna liep je naar het buffet toe met gerechten van de plaatselijke Chinees. In de rij voor het opscheppen kon je nog praten met andere jongeren, en daarna bracht je het bord naar de gasten toe. Het klinkt niet heel spectaculair, maar hun blijheid en vriendelijkheid daarna: dat is écht bijzonder. Met zo'n klein iets kan je iemand zó blij maken. Tijdens het hele diner speelde onze schoolband fantastische kerstmuziek. Dit zorgde voor een hele gezellige sfeer in de zaal.

     Toen iedereen uitgegeten was, kondigde Femke aan dat ze hun kerstpakket mochten ophalen, Sommige gasten gingen hier gelijk heen en sommige bleven nog iets langer hangen. Ik heb met sommige gasten ook nog even een praatje gemaakt. Ik vond het zo bijzonder om al hun verhalen te horen. Uiteindelijk was iedereen weg en gingen wij alle spullen weer opruimen om naar huis te gaan.

    Deze avond was een bijzondere ervaring. Ik heb veel geleerd tijdens de voorbereiding, maar vooral tijdens het diner zelf. De sfeer was warm, de muziek prachtig en de dankbaarheid van de gasten onvergetelijk. Ik hoop dat dit verhaal anderen inspireert om, wanneer zij iemand op straat zien, om even te helpen, of even een praatje te maken. Omdat jij niet voelt hoe groot jouw impact écht is.

    Mathis du Rieu leerling van het Stedelijk Gymnasium leiden.


    [1] M25 Leiden ondersteunt jaarlijks 400-500 jongeren in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar en daagt hen uit zich belangeloos in te zetten voor en op te trekken met kwetsbare groepen in de samenleving.

    Perfectie creëert afstand, feilbaarheid maakt menselijk

    Er zijn van die leidinggevenden die alles onder controle lijken te hebben. Altijd scherp, professioneel, precies de juiste toon. Geen spoor van twijfel en geen greintje ongemak. Je zou er bijna respect voor krijgen. Bijna.

    Want ik merk het keer op keer in mijn werk als jobcoach voor mensen met een arbeidskwetsbaarheid: hoe gepolijster iemand zich voordoet, hoe minder écht het contact voelt. En hoe meer mensen zich gaan inhouden. Perfectie creëert afstand. Niet omdat mensen jaloers zijn op perfectie, maar omdat je jezelf er niet in herkent. En omdat het mensen lam legt. "Omdat jij zo perfect bent, zal ik het nooit goed genoeg doen." Het is moeilijk om een connectie te voelen met iemand die nooit iets laat vallen. Of het nu gaat om een fout, twijfels, een slechte grap of een off-day. Het zijn juist die rafelrandjes die maken dat we iemand mogen.

    Veel mensen die wij bij SWOM begeleiden, hebben al een hele route van afwijzing, onbegrip of miskenning achter de rug. Ze kennen het gevoel van tekortschieten. Van willen meedoen, maar steeds nét buiten de boot vallen. Wat zij nodig hebben, is een omgeving waarin je kwetsbaar mag zijn en waar hulp vragen, leren en fouten maken onderdeel zijn. Een omgeving waarin menselijkheid vooropstaat, óók bij de leidinggevende. Juist daar. Want als de leider geen enkele onzekerheid toont, geen twijfel, geen moment van ongemak, dan is het moeilijk om je als medewerker kwetsbaar op te stellen. Zeker als je van jezelf al denkt dat je minder stevig staat.
    Feilbaarheid is geen zwakte. Het is een uitnodiging aan de ander om ook mee te doen. Om jezelf niet kleiner te maken dan je bent, maar ook niet groter. Om te zeggen: “Ik weet het even niet.” Om hardop te denken, om te leren, om samen te zoeken. Feilbaarheid maakt je menselijk. En menselijkheid is de basis van vertrouwen.

    Juist mensen met een arbeidskwetsbaarheid - omdat ze anders leren, wat meer tijd nodig hebben, sneller overprikkeld raken of soms even uitvallen - hebben vaak een scherp ontwikkelde radar voor echtheid. Zij voelen feilloos aan wanneer iets niet klopt. En dus ook wanneer een leidinggevende een perfect plaatje probeert vol te houden, maar ondertussen de verbinding verliest.

    Wat als we het anders doen? Wat als we ophouden met doen alsof leiderschap draait om perfectie? Wat als we in plaats daarvan leiders zien als mensen die het voortouw nemen in eerlijkheid, niet in onfeilbaarheid?
    Wat als een leidinggevende hardop zegt:
    “Die situatie van vorige week vond ik ook lastig.”
    “Toen jij je overprikkeld voelde, dacht ik even: hoe help ik nu het best?”
    “Ik weet het even niet, maar laten we samen kijken wat werkt.”
    Dat zijn geen tekenen van zwakte. Dat zijn tekenen van moed. En het zijn ankers voor de ander. Juist voor mensen die zich vaak anders voelen en minder zeker. Want als jij als leider je fouten erkent, schep je ruimte voor anderen om hun fouten niet te verstoppen. Als jij je kwetsbaarheid toont, nodig je uit tot dialoog. En als jij laat zien dat het niet altijd vlekkeloos hoeft, ontstaat er veiligheid.

    In een wereld waarin alles sneller, efficiënter en professioneler moet, vergeten we soms dat werk vooral mensenwerk is. En dat mensen niet floreren bij gladgestreken verwachtingen, maar bij echte ontmoetingen. Als jobcoach zie ik het verschil elke dag. De mensen met wie ik werk, willen niet gepamperd worden. Ze willen serieus genomen worden. Zich nuttig voelen. Meedoen. Maar wel in een omgeving waar ook ruimte is voor wie je bent op je minder sterke momenten. En ja, daar hoort ook bij dat je als leidinggevende laat zien dat jij die momenten óók hebt.

    Dus een oproep aan alle leiders: je hoeft het niet allemaal te weten. Je hoeft het niet perfect te doen. Laat af en toe het harnas zakken. Deel iets wat niet gelukt is. Stel een vraag zonder antwoord. Laat zien waar jij ook nog aan het leren bent. Want pas dan ontstaat er ruimte voor anderen om hetzelfde te doen.

    Petra Wildoer, Jobcoach bij SWOM (Stichting Studeren en Werken Op Maat).

    JongPIT: niets over ons, zonder ons

    JongPIT is voor en door jongeren met een chronische aandoening en/of beperking.

    Ontstaan en missie

    JongPIT is een stichting die zich inzet voor jongeren met een chronische aandoening en/of beperking. Doel is hun volwaardige participatie in de samenleving te bevorderen. Opgericht op 1 juli 2020, ontstond JongPIT uit de bundeling van drie initiatieven: ALL OF ME, Ervaringscentrum Jong Perspectief (ECJP) en Jongerenpanel ZeP. Deze fusie combineerde communityvorming, informatievoorziening en belangenbehartiging om jongeren beter te ondersteunen.

    Door deze krachten te bundelen is JongPIT nu een krachtige stem voor jongeren met een chronische aandoening en/of beperking, gericht op inclusie en participatie.

    De JongPIT’ers: wie zijn we?

    JongPIT wordt gedragen door een team van ongeveer 40 jonge vrijwilligers, bekend als ‘JongPIT’ers’. Wij zijn tussen de 15 en 35 jaar, hebben zelf een chronische aandoening en/of beperking en delen onze ervaringen. Onze achtergronden variëren van fysieke beperkingen tot psychische aandoeningen, wat zorgt voor een breed spectrum aan perspectieven en ervaringen.

    Activiteiten & impact

    We ondernemen diverse activiteiten om onze doelen te bereiken:

  • Communityvorming: een online platform waar jongeren ervaringen delen, elkaar ondersteunen en deelnemen aan activiteiten;
  • Informatievoorziening: blogs en artikelen over onderwerpen, zoals over inclusief onderwijs, werk, zorg en wonen;
  • Belangenbehartiging: actieve betrokkenheid bij beleidsvorming door het delen van ervaringsverhalen en het geven van advies aan instanties;
  • Ondersteuning: individuele begeleiding en een opkomende online leeromgeving voor persoonlijke ontwikkeling.
  • Samenwerkingen en erkenning

    JongPIT werkt samen met diverse organisaties en overheidsinstanties (zowel landelijk als lokaal) om inclusiviteit te bevorderen. Zo hebben we bijgedragen aan de afschaffing van de langstudeerboete, en we hebben input gegeven voor debatten in de Tweede Kamer. We werken samen met UWV, OCW en het Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd om de stem van jongeren zoals wij te versterken.
    We bevorderen de inclusiviteit binnen organisaties. Dit doen we door middel van ervaringsverhalen en het geven van advies. We laten onze stem klinken via hun (social media) kanalen. Zo heeft JongPIT de digitale toegankelijkheid van zorgverzekeraar VGZ getest.

    Toekomstvisie

    Met een groeiende community en voortdurende inzet voor inclusie, blijft JongPIT streven naar een samenleving waarin jongeren met een chronische aandoening en/of beperking volwaardig kunnen meedoen. Ons motto: "Niets over ons, zonder ons!" benadrukt het belang dat de stem gehoord wordt. Daarom gaan we vaker op deze plek bloggen om onze ervaringsverhalen te delen.

    Marnix, vrijwilliger JongPIT

    Inloggen


    Sluit venster