Ik heb altijd met veel plezier autogereden, met aanpassingen vanwege mijn elektrische rolstoel. Inmiddels zie ik te slecht en word ik gereden door een zelf samengestelde groep chauffeurs, die hiervoor een vergoeding krijgen van het UWV. Ook de meerkosten van mijn autoverzekering betaalt het UWV, want een rolstoelbus op diesel is een stuk duurder qua verzekering dan een gemiddelde gezinsauto.
De eerste pakweg 75 euro premie per maand betaal ik zelf. Logisch. Dat zou ik voor die gezinsauto ook kwijt zijn. De overige 202 euro declareer ik maandelijks bij het UWV. De bus geeft mij vrijheid. Weliswaar vrijheid die met een hoop geregel gepaard gaat, maar het is een zegen vergeleken met afhankelijk zijn van taxibedrijven die zelden op tijd zijn en waar of waar de radio alleen op standje smartlap kan.
‘s Avonds gebruikt onze zoon de bus wel eens en eind juni belde hij me rond 22 uur op. Hij had een harde pok gehoord op het dak en zag vervolgens een dikke tak over de weg stuiteren. De avond ervoor had het hevig gestormd en blijkbaar had deze tak na een nachtje slapen besloten alsnog uit de boom te vallen. Resultaat: een fikse kras en een deuk. Zoonlief had er flinke stress van, maar ik stelde hem gerust, we zijn tenslotte allrisk verzekerd.
De schade werd door de autogarage geschat op zo’n 2.500 euro, dus ik ging even Apeldoorn bellen. We hebben pas één schadevrij jaar, dus als je die korting inlevert, hoeveel kwaad kan zo'n claim dan doen op de verzekeringspremie? Dat bleek een tamelijk optimistische gedachte. De Apeldoornse schade-expert bleef maar doorvragen of ik de schade écht wilde claimen. Pas toen ze voorrekende wat ik dan vanaf 1 januari zou betalen, begreep ik waarom. Mijn verzekeringsstatus schuift van trede plus zus-en-me-zo naar trede mín zus-en-me-zo, waardoor mijn premie stijgt van 277 euro naar ruim 800 euro.
Per maand.
In vijf jaar tijd zou het zo’n 17.000 euro extra verzekeringskosten betekenen.
Zeventienduizend euro.
Voor een tak.
Stormschade was het overigens niet, vertelde ze er nog bij. Op de dag dat de tak viél, stormde het immers niet. Dat er een dag eerder wel een flinke storm had gewoed en dat takken doorgaans niet spontáán uit gezonde bomen vallen, deed daar niets aan af.
Ook mijn argument dat deze dieselbus voor ons een gezinsauto is, omdat je mijn elektrische rolstoel van 150 kilo nu eenmaal niet onder de hoedenplank van een gemiddelde Opel Corsa schuift, veranderde niets aan de situatie.
Regels zijn regels. Een grijs kenteken plus diesel is een bedrijfsbus. En een bedrijfsbus is duur, want bedrijven rijden vaker schade. Ook als je zo’n bus niet bedrijfsmatig gebruikt, maar als een gewone auto. Om op je werk te komen. Of bij je moeder.
Enigszins verontwaardigd hing ik op, maar vrijwel direct daarna bedacht ik iets anders. Het zou toch compleet absurd zijn als het UWV in vijf jaar bijna 17.000 euro extra verzekeringskosten zou moeten betalen vanwege één doodgewoon stuk boom?
Dus ik stuurde een mail. Gezegend zijn zij die beschikken over een rechtstreeks e-mailadres van een UWV-afdeling, want via het callcenter is het altijd maar de vraag of je op de goede plek uitkomt. Mijn vraag: willen jullie nu 2.500 euro betalen? Of liever 17.000 euro verspreid over vijf jaar? Mij leek het geen ingewikkelde keuze.
Het UWV dacht daar anders over.
Na drie weken kreeg ik antwoord. Ze hadden het besproken: “Het uitgangspunt van het UWV is dat we geen schade vergoeden. Ook niet wanneer de verzekeringspremie hierdoor stijgt.” Die hogere verzekeringspremie blijven ze uiteraard wel vergoeden. Daar heb ik namelijk recht op, aldus het UWV. Aan dit uitgangspunt hangt dus een prijskaartje van zo’n 14.500 euro publiek geld. Dit in een tijd van bezuinigingen.
En daarom bied ik namens die ene tak oprechte excuses aan. Aan u als belastingbetaler.
Het spijt hem dat hij niet tijdens de storm op iemands dak viel. Dan was het namelijk wél stormschade geweest en was de premie minder hard gestegen. Het spijt hem ook dat hij precies op míjn auto terechtkwam. De volgende keer kijkt hij beter uit.
Beloofd.
Van het UWV hoeft u overigens geen excuses te verwachten. Ook dat is - vermoed ik - niet hun uitgangspunt.
Maritza Gerritsen, senior-onderzoeker Kenniswerkplaats Werk en Inkomen Jongeren HAN