Terwijl de klimaatcrisis sociale problemen verergert, blijft sociaal werk er nauwelijks op toegerust. Dat is onhoudbaar, vindt Maarten ter Huurne: zonder ecosociaal perspectief loopt het beroep achter de werkelijkheid aan.
De klimaatcrisis zorgt voor een wereld die steeds onleefbaarder wordt. Dat heeft ook gevolgen voor het beroep van de sociaal werker. Neem een sociaal werker in een hete, versteende wijk. Hij ziet dat mensen door de hitte vaker binnenblijven, minder contact hebben met anderen en daardoor sneller vereenzamen. Slechte nachtrust en stress leiden bovendien tot meer psychische klachten.
Toch kan de sociaal werker hier nu weinig mee. Sociaal werkers missen op dit moment de kennis en vaardigheden om klimaatgerelateerde problemen aan te pakken. Het beroep is simpelweg onvoldoende toegerust op de sociale gevolgen van de klimaatcrisis.
Ik zie daar twee belangrijke oorzaken voor. Ten eerste heeft het sociaal werk een te mensgericht wereldbeeld. Het stelt zichzelf primair tot doel het welzijn van mensen te bevorderen, waardoor de natuur buiten beeld valt. Dat is opvallend, omdat binnen het vak al langer een ecosociaal perspectief bestaat, onder andere uitgewerkt door Richard de Brabander. Door de mens los te zien van zijn leefomgeving blijft de ecologische dimensie structureel onderbelicht.
Ten tweede heeft ecosociaal werk geen plek in het onderwijs en in de beroepspraktijk. Dit is terug te zien in het landelijk opleidingsprofiel Social Work, waar dit nauwelijks is uitgewerkt. Daardoor besteden opleidingen weinig aandacht aan mens-natuurrelaties, omdat het opleidingsprofiel het kader vormt waar zij zich aan moeten houden. Ook de beroepspraktijk is nog weinig bezig met ecosociaal werk. Uit de Grote Raadpleging van Movisie onder sociaal werkers bleek dat slechts een kleine minderheid ecosociaal werk in de praktijk brengt.
Groene transitie
Andere beroepssectoren laten zien dat het goed mogelijk is om te staan voor de groene zaak. Zo werken duurzame zorgprofessionals actief aan het verminderen van wegwerpmateriaal in de zorg en dragen daarmee bij aan een groene transitie van de zorg. Hun inzet laat zien dat verandering binnen een beroep wel haalbaar is.
Ook sociaal werk kan veel betekenen in de verbinding tussen mens en natuur. Zo kan de natuur gebruikt worden als een krachtig middel. Denk bijvoorbeeld aan een jongerenwerker die ‘walk and talk coaching’ toepast in de natuur. Het is bekend dat dit leidt tot grote verbeteringen in het mentale welzijn van cliënten. Ook kunnen sociaal werkers ijveren voor gelijke toegang tot groene ruimtes bij de plaatselijke wethouder, zoals de versteende wijk uit het voorbeeld. Want groen in de buurt is niet voor iedereen vanzelfsprekend - en dat vergroot de sociale ongelijkheid. Amerikaans onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat zwarte gemeenschappen drie keer meer kans hebben om in een natuurarme omgeving te wonen dan witte gemeenschappen. Verder kan een sociaal werker pleiten voor rechtvaardig duurzaamheidsbeleid door bijvoorbeeld bewoners en betrokkenen te mobiliseren voor actie. Een recent voorbeeld zijn de protesten tegen de verbreding van de A27 ten koste van landgoed Amelisweerd.
Oorzaken aanpakken
Als sociaal werk de verbinding tussen mens en natuur blijft negeren, dan heeft dat diepgaande gevolgen. Sociale problemen zullen verergeren doordat de leefomgeving verslechtert en dieperliggende oorzaken niet worden aangepakt. Net als in de wijk uit het voorbeeld zullen psychische klachten en sociaal isolement blijven bestaan zonder een ecosociaal perspectief. Ook worden kwetsbare groepen nog kwetsbaarder en groeit daarmee de sociale ongelijkheid. Dit treft vaak mensen die in wijken wonen waar weinig natuur te vinden is. De sociaal werker dreigt daarom aan relevantie te verliezen als het geen onderdeel is van de oplossing van de klimaatcrisis.
Werkgevers in het sociale domein en opleidingen sociaal werk moeten daarom de handschoen oppakken en de verbinding tussen mens en natuur centraal stellen. Werkgevers kunnen dat doen door professionals te trainen in natuurinclusief werken en eocsociale stageplekken aan te bieden. Opleidingen moeten hun curricula aanpassen, zodat er een nieuwe generatie ecosociaal werkers worden opgeleid die mens en natuur met elkaar verbinden.
De weg vooruit begint bij één keuze: erkennen dat het welzijn van mensen nooit losstaat van de wereld waarin ze leven.
Dr. Maarten ter Huurne is hogeschoolhoofddocent aan de Hogeschool Utrecht en onderzoeker bij het lectoraat Duurzame Gemeenschappen.