Hebt u dat al eens aan iemand gevraagd? Waarschijnlijk niet. En dat is logisch. Normaal vraag je tenslotte: “kan ik u misschien een beetje helpen?”.
En toch wordt deze rare vraag, maar dan zonder die woorden, iedere dag aan heel veel mensen gesteld. Bovendien ook nog aan die mensen die juist die andere vraag zouden moeten horen.
Eigenlijk wist ik het wel. Uit veel onderzoek is gebleken dat we het met onze systemen om hulp te bieden, juist voor de meest kwetsbare mensen (of zij die onze taal niet goed beheersen), superingewikkeld maken. Dat lijkt dan bijna een serieus ontmoedigingsbeleid. Want stel je voor dat al die hulpvragers ook nog echt hulp moeten krijgen?
In de ruim 43 jaar dat ik werkzaam ben geweest in het sociale domein (en ook nu nog als vrijwilliger), heb ik me steeds gerealiseerd dat ik dankbaar mag zijn dat het mij goed gaat. En alleen dat schept voor mij al een verplichting om behulpzaam te zijn voor hen die dat nodig hebben. We hebben daar in Nederland ook prachtige systemen; organisaties, wetten en regelingen voor. Uitkeringen; armoedebeleid; hulpmiddelen; zorg, etc.
Maar in de afgelopen maanden heb ik ook van heel dichtbij gemerkt dat dit niet voldoende is. Ook niet in combinatie met al die betrokken hulpverleners en ondersteuners die ooit hun werkende leven zijn begonnen vanuit de drive om andere mensen te helpen.
Formulieren die ingevuld moeten worden om een uitkering aan te vragen zijn “verminkt”, waardoor er geen logische Nederlandse zin meer van te maken is. Hoe weet je dan welke documenten van je gevraagd worden? Die documenten moeten overigens geüpload worden. Dus hopelijk weet je in welke extensie en beschik je over een moderne computer of laptop die hier ook voor geschikt is. En als je dan na 1,5 uur eindelijk alles klaar hebt staan om door de lucht te sturen, blokkeert het formulier met de “logische” zin… formuliereinde bereikt. En dus… kan je weer helemaal opnieuw beginnen.
Natuurlijk, de mens achter het formulier vindt het ook heel vervelend en heeft er zelfs last van, maar is niet bij machte om er iets aan te veranderen.
Wil je geen gebruikmaken van een chatbox met je hulpvraag aan een overheidsinstantie, dan mag je gerust bellen. Gelukkig! Want ook ik spreek als ondersteuner het liefst even met een echt mens om de situatie uit te leggen. De wachttijd is 20 minuten. Oké, dat is nog te doen. Het wordt uiteindelijk bijna een ochtendvullend programma van ruim 1,5 uur, waarin ik 4 keer in een wachtsysteem heb gehangen. Het resultaat… nog maar eens terugbellen als de situatie wat duidelijker is.
Ontmoedigingsbeleid dus. Zo voelt het. Juist voor de meest kwetsbare medemens.
Maar het kan ook echt anders!
Bij de Leergeld stichtingen in Nederland proberen we armoede bij kinderen te bestrijden. Samen met enkele andere organisaties. Mensen hoeven echter niet te hoppen van het ene formulier naar het andere. Nee, wij werken zelf achter de schermen samen. Gewoon samen één formulier en je mag aanvinken wat je nodig hebt. Er is écht contact; van mens tot mens want misschien is er nog wel meer waarmee we kunnen helpen.
Mensen die het al zwaar hebben, verdienen geen ontmoediging. Integendeel! Wij, ondersteuners, moeten hen juist bemoedigen om gebruik te maken van de voorzieningen die voor hen bedoeld zijn!
Irene Thuis, Bestuursvoorzitter Stichting Leergeld Parkstad