Beter leiderschap vanuit de overheid nodig voor meer participatiebanen

De doelstelling van de overheid om mensen met een beperking of ziekte aan een baan te helpen, wordt bij lange na niet gehaald. In 2012 stelde de landelijke politiek het doel om in 2026 125.000 participatiebanen gerealiseerd te hebben voor mensen die tot deze doelgroep behoren. Deze doelstelling is vastgelegd in de Wet Banenafspraak. Participatiebanen zijn er voor mensen die wel bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen, maar door een beperking niet in staat zijn om het minimumloon te verdienen. De overheid heeft een aantal regelingen om werkgevers te ondersteunen bij het creëren van deze banen. Het aantal gerealiseerde participatiebanen is tot nu toe op 82.000 uitgekomen, een teleurstellend resultaat.

Een baan geeft zelfvertrouwen en uitdaging

Uit eigen ervaring weet ik dat het hebben van een baan (naast dat het inkomen oplevert) kan bijdragen aan je zelfvertrouwen en het uitdaging kan geven. Mij gaf het ook een gevoel dat ik iets bijdroeg aan de maatschappij. Uit mijn vorige zoektocht weet ik hoe moeilijk het kan zijn om een baan te vinden, wanneer je niet het volledige aantal uren dat in vacatures staat kan werken, en je werktempo lager is dan de gemiddelde werknemer.

De onderliggende oorzaken van de achterblijvende realisatie van banen voor mensen met een beperking vind ik nog teleurstellender dan de cijfers zelf. Veel werkgevers denken dat ze veel tijd kwijt zijn aan begeleiding en de productiviteit van de doelgroep laag is. Ze weten niet welke aanpassingen er nodig zijn en denken dat ze per se een participatiebaan moeten creëren om iemand met een beperking in dienst te nemen. Nog cynischer is het feit dat er werkgevers zijn die wel mensen uit deze doelgroep in dienst nemen, maar de loonwaarde zo laag mogelijk houden om tot een hogere loondispensatie te komen. Hierdoor hoeft de werkgever minder loon te betalen en vult het UWV aan tot de hoogte van de Wajong-grens. De werknemer loopt hierdoor een deel pensioenopbouw en andere sociale voorzieningen mis.

Ook is er een groep mensen met een beperking waarvan wordt gedacht dat zij zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen, terwijl dit niet altijd zo is. Hierdoor vallen zij niet onder de Wet Banenafspraak. Dit wordt vooral verondersteld ten aanzien van mensen die hoger opgeleid zijn. In de praktijk blijkt echter dat zij door de concurrentie met mensen zonder beperking en mensen die wel onder de wet Banenafspraak vallen veel moeilijker een baan kunnen vinden.

Beeldvorming zit participatie in de weg

Er moet dus iets gedaan worden tegen werkgevers die op een immorele manier gebruikmaken van de loondispensatie. Ook moet worden gewerkt aan het feit dat beeldvorming de realisatie van meer participatiebanen in de weg zit. Werkgevers hebben geen goed beeld van de mensen die onder de Wet Banenafspraak vallen en wat zij kunnen, waarbij de vraag kan worden gesteld of de aannames die ze hebben over deze mensen wel kloppen. Ik denk dat het grotendeels vooroordelen zijn. In mijn zoektocht naar een baan ben ik in contact gekomen met zeer talentvolle mensen met een arbeidsbeperking. De overheid zou het voortouw moeten nemen om deze negatieve beeldvorming te keren. Dit kan door de talenten van deze mensen zichtbaarder te maken. Ook kan de overheid zelf meer kijken hoe ze in hun eigen organisatie kunnen worden ingezet, en de succesverhalen hiervan onder de aandacht van het bedrijfsleven brengen. Het initiatief ‘Op naar de 125.000 banen’ is hiervan een mooi voorbeeld, maar er zijn nog meer stappen nodig om de kenbaarheid van talenten met een beperking en de mogelijkheden om hun meerwaarde te benutten te vergroten.

Zijn boetes een oplossing?

Op dit moment ben ik geen voorstander van het werken met quotums en boetes. Het idee dat een werkgever mij zou aannemen om te ontkomen aan een boete vind ik niet prettig. Iedereen wil denk ik ergens worden aangenomen, omdat een organisatie vindt dat je van toegevoegde waarde bent. Echter, als de realisatie van participatiebanen achterblijft, is beboeting misschien onontkoombaar. Al vind ik dat er ook rekening gehouden moet worden met midden- en kleinbedrijven. Aangezien 99% van alle Nederlandse bedrijven tot het mkb behoort, zijn ze de ruggengraat van onze economie. De ruimte om te investeren is op dit moment klein bij deze ondernemingen. Volgens MKB Nederland drukken de regelingen voor zieke en arbeidsongeschikt geraakte werknemers nu zwaar op de balans. De oorlog in Oekraïne, het geweld in het Midden-Oosten en de hogere importheffing van de Verenigde Staten zorgen ervoor dat de economische vooruitzichten zeer onzeker zijn. Er zal alles aan gedaan moeten worden om te voorkomen dat arbeidsdeelname van mensen met een beperking een extra last wordt voor bedrijven.

Volgens mij zou het helpen als bedrijven ondersteuning krijgen bij het creëren van participatiebanen. Het is me opgevallen dat veel organisaties, ook overheden, nog te veel vanuit bestaande vacatures denken, terwijl een groot deel van de mensen met een beperking denk ik niet in staat is om het volledige aantal gevraagde uren te werken. Als organisaties en werkzoekenden met een beperking met elkaar in gesprek gaan over wat ze elkaar kunnen bieden, kunnen ze denk ik veel mogelijkheden ontdekken. Het opsplitsen van banen, ook wel jobcarving genoemd, kan hierbij een manier zijn om een takenpakket samen te stellen dat beter aansluit bij de competenties van de werkzoekende. Ook hier kan de overheid als voorbeeld dienen. Via landelijke en regionale omroepen kunnen ze mensen met een beperking die werken onder de aandacht brengen.

Werken aan een positieve beeldvorming, een bredere reikwijdte van de doelgroep van de  Wet Banenafspraak, zelf als goed voorbeeld dienen, bedrijven ondersteunen bij het zoeken naar mogelijkheden en belemmeringen weghalen: dat zijn volgens mij de stappen die de overheid moet zetten om meer mensen met een beperking aan een baan te helpen. Voor bedrijven heeft het, zeker in deze onzekere tijd, geen topprioriteit. Anderzijds is het nu met de krapte op de arbeidsmarkt misschien een goed moment voor organisaties om anders te gaan kijken naar hun personeelsbeleid en het potentieel onder mensen met een beperking te benutten.

Mark Homan, Ervaringsdeskundige toegankelijkheid met een bestuurskundige achtergrond

Bronnen

Algemeen Dagblad, Rekenkamer, Oprijk.nl, UWV, Rekenkamer

Ook interessant om te lezen:

Inloggen


Sluit venster